In een toespraak tot het Europese Parlement op 3 februari heeft Eurocommissaris Viviane Reding alle Europese providers van internet-gerelateerde technologie aangespoord om zich nu 'eindelijk' eens publiekelijk te committeren aan een aantal basisprincipes rondom het recht op vrije meningsuiting.

Ze verwees naar het initiatief van leden van het Amerikaanse Congres en een aantal mensenrechtenorganisaties om te komen tot een Global Online Freedom Act.
De Amerikaanse centrale overheid en grote Amerikaanse ondernemingen stellen zich daar tot nu toe 'zeer terughoudend' tegenover op, aldus Reding, maar in oktober vorig jaar is er in de VS in elk geval toch iets van de grond gekomen, namelijk het Global Network Initiative.

De aan het GNI deelnemende bedrijven verplichten zich om het recht op vrije meningsuiting van hun gebruikers – waar ook ter wereld - te respecteren en te verdedigen. Onder de deelnemers: Google, Yahoo en Microsoft.

“Jammer genoeg hebben we in Europa geen eigen, wereldwijd werkende zoekmachine, maar er zijn wel degelijk Europese aanbieders van internettechnologie,” hield Reding het Parlement voor.”Ik verwacht van hun dat ze nu eindelijk eens een vergelijkbaar initiatief nemen.”

Zie ook Europese Commissie geen voorstander van Global Online Freedom Act op Livre.nl

 
 

Wie Studio ICT een beetje volgt, weet dat ik hier al jaren enthousiast schrijf over de mogelijkheden, die online software biedt. Ik ben daar een echte fan van en gebruik zelf inmiddels al aardig wat SaaS-diensten. En zelden gaat daarmee iets heel erg fout.

Maar vanmiddag ging er iets finaal mis.
Ik was aan het grasduinen in mijn Google Reader en merkte tot mijn verbazing dat een deel van de inhoud daarvan niet meer toegankelijk was. Oké, kan gebeuren. Foutje op de server, of wat dan ook.
Dat lost zich meestal vanzelf op. “Oeps,” zo luidde de laconieke foutmelding in een lichtelijk alarmerend roze, bovenin mijn scherm, “....er is een fout opgetreden. Probeer het over een paar seconden opnieuw.”

Maar waar ik echt helemaal de creeps van kreeg was de mededeling, die Google mij in het hoofdvenster voorschotelde:

Dat is the Brave New Google World!
Getver.
Geen toe-stem-ming.
Hoe halen ze het in hun bolle hoofd!
Het is mijn omgeving, het zijn mijn feeds. Hoezo geen toestemming?

Als de boosheid is gezakt begin ik mij af te vragen: is dit wel mijn omgeving? Zijn het wel mijn feeds? Kan ik er wel van op aan dat ik er altijd en overal bij kan (wat het grote voordeel is van online software)?
Blijkbaar niet.

Geen toe-stem-ming.....
Ben ik in een enorme val aan het lopen met Google, zo vraag ik me af.
Mijn humeur is ver onder nul gezakt.
Klote Cloud!

 
 

In het stukje van gisteren gaat het over wat er komt na Web 2.0. Het ligt voor de hand om dat aan te duiden als Web 3.0, zoals de organisatoren van de beschreven online Ronde Tafel dat doen, maar erg gelukkig vind ik die term niet.

Nieuwe dingen, waar nog geen goede woorden voor zijn, worden altijd eerst aangeduid met behulp van al bestaande termen, hoewel die er eigenlijk al geen goede beschrijving meer voor zijn. De eerste locomotief werd in volle ernst een ijzeren paard genoemd. Daar lachen we nu om, maar destijds duurde het even voordat de begrippen locomotief en trein ingeburgerd waren.

En om precies die reden zal Web 2.0 naar mijn idee niet worden opgevolgd door Web 3.0.
We zullen het anders gaan noemen. Niemand weet nog hoe. Het is gissen.

Online multifunctionals
Waar gaat het om? Het gaat om online toepassingen, die niet één ding doen, maar een geïntegreerd geheel zijn van een heleboel online functies. Online eenlingen zijn bijvoorbeeld Hotmail en Gmail voor alleen de elektronische post, Salesforce was een eenling met CRM, maar breidt inmiddels naarstig uit. Bijna alle online boekhoudservices zijn eenlingen. Enzovoort.

En wat doen de nieuwe multifunctionals? Communicatie mogelijk maken (e-mail, instant messaging, videoconferencing, blogging), zorgen dat de juiste mensen elkaar kunnen vinden (social networking) en ze samenbrengen in allerlei virtuele ruimten, waarin ze productiever kunnen samenwerken in teams (collaboration, wiki's, workboards).
En er is nog een vierde factor: deze nieuwe samenwerkingsverbanden zijn grensoverschrijdend, juist omdat ze online zijn. Letterlijk grensoverschrijdend, in de zin van multinationaal, maar ook in organisatorisch opzicht. Ze overstijgen de grenzen van bedrijven en instellingen. Ze zijn niet-elitair, toegankelijk voor de massa.

Creatieve output
En wat is het gevolg daarvan? Wat is de 'output' van deze nieuwe online veelkunners? Ik denk dat dit met drie kernbegrippen te maken heeft: met kennis, creativiteit en productiviteit.

Mag ik een gokje wagen? Ik denk dat we op weg zijn naar het We-web.
Het World Wide We-Web. Er komt gewoon een W bij.
Dit nieuwe web is van 'ons'. Het is niet langer het domein van een elite van programmeurs, wetenschappers en regeringsfunctionarisen, zoals in de begindagen van het www, of van het gevestigde zakenleven, zoals de afgelopen 10 jaar. Nee, het nieuwe web behoort straks toe aan 7 miljard mensen.
“Yes WE can.”
Het We-web dus.

Kennismanagement
Kreeo.com, een start-up in India, en deelnemer aan de eerder genoemde RondeTafel, onderneemt een dappere poging om iets in deze richting van de grond te krijgen. De site (sinds 6 januari in publiek Beta-stadium) probeert social networking te combineren met blogging en collectief kennismanagement.
Binnenkort meer hierover.

 
 

Ik ben bezig met onderzoek voor een artikel over start-ups in India, die wereldwijd online business software beginnen aan te bieden. Al doende kom ik van alles tegen dat in hoge mate interessant is.
Zoals een Ronde Tafel over Web 3.0 van november vorig jaar in het blog van Dimdim.

De registratie (die gemaakt is met de online software voor videoconferending van Dimdim) begint wat abrupt en zonder duidelijke inleiding, maar het gaat om korte pitches van acht start-ups (niet alleen uit India overigens), die stuk voor stuk feedback krijgen van Sramana Mitra, een consultant, blogger en Forbes-columniste van Indiase afkomst, die al een tijd in Amerika woont en werkt.

Ik vond het om twee redenen een boeiende webcast:
1. Je krijgt een goed beeld van waar start-ups van de generatie na Web 2.0 mee bezig zijn
2. De vragen van Mitra over ondernemerschap en marketing zijn indringend en hier en daar pijnlijk direct. En de reacties van de jonge entrepreneurs zijn o zo herkenbaar.

Cash
Bottomline: zorg in deze downtime voor eigen cash, voor eigen omzet en voor eigen klanten. Focus op datgene waar je klanten geld voor over hebben. Met goede ideeën alleen redt je het nu niet, want op durfinvesteerders hoef je voorlopig niet (meer) te rekenen.

De registratie duurt één uur en vier minuten.
Ik vond het een zinvolle investering.

 
 

Dank aan Jelmer, die me de link stuurde naar een 'blogpodium', waarop een groot aantal postings van de afgelopen Lotusphere is samengebracht:  http://planetlotus.org
Op deze site staan de feeds van 318 Lotus-gerelateerde blogs.

Live bloggen
Wat er in deze overstelpende stroom van postings uitspringt is het live bloggen (een aantal live bloggers deed dat tijdens de conferentie in min of meer jorizontale positie, zoals je kunt zien op de fraaie foto van Volker Weber).
Ik vind dat live bloggen een fascinerend fenomeen, maar ik snap er bar weinig van. Ik begrijp werkelijk niet dat hier een publiek voor is. Wie gaat deze stenorgammen twee-en-een-half-uur-lang zitten volgen?

Want zo gaat het er toe in de wereld van het live blog (fragment):

8:31    mattwhite:  Blue Man is really excellent
8:31    Declan Lynch:  And here we go.
8:31    mattwhite:  Bob Picciano is on stage
8:32    [Comment From Pontus Wennergren]
For those of us that don't know The Blue Man Group http://www.blueman.com/about
8:33    Declan Lynch:  12,236 New customers since notes 8 released
8:35    mattwhite:  Dan Aykroyd is the speaker, cool!
8:35    Declan Lynch:  And the guest speaker is Dan Aykroyd

Twitteren
En dat twittert dan maar ongegeneerd door, af en toe onderbroken door een foto.
Live video lijkt mij honderd maal beter, want deze oneliners geven niet eens de hoofdlijn weer van wat zich op het podium afspeelt (en ik kan dat zeggen, want ik was er bij).
Hoeveel mensen zouden die live blogs volgen?

En hier is meteen een mogelijk antwoord op deze vraag, in een posting van blogger Vaughan Rivett: het zijn vooral de niet-aanwezige bloggers, die de live blogs volgen, en die uit alle brokjes informatie dan weer een soort nieuwe stukjes componeren. That makes – some – sense.

Analyses
En als alle stofwolken van deze hyperactualiteit zijn opgetrokken, verschijnen er dan ook degelijke nieuwsanalyses in de blogs? Ik ben eens gaan zoeken op de Lotus blogplaneet en er zit wel wat tussen, maar veel is het niet. Een greep:

Lotusphere is over - Volker Weber
On the Cloud with IBM – Alexander Kluge
Dodging Stockholm Syndrome at Lotusphere - David Tebbutt (niet op planetlotus.org)

Sommige analisten bakken er iets méér van, kijk maar:
My Top Takeaways from Lotusphere 2009 - Laurie McCabe
Lotusphere 2009 Trip Report - Sara Radacati
IBM's LotusLive: Clean Branding, Messy Backend - Guy Creese 

On-live
Ter afronding een paar postings die ik al doende tegenkwam en die wel interessant zijn:
Prijsvergelijking IBM Lotus Foundations / Microsoft Small Business Server
LotusLive just partly live – precies dezelfde ervaring die ik had met deze nieuwe live omgeving. Er is voor de instant messaging nog een download nodig van – Hou Je Vast – 157 MB. Dat is erg on-live. Terechte conclusie van deze blogger: er moet door IBM blijkbaar nog heel wat werk verzet worden.
Zie hierover ook deze kritische posting op IdoNotes

Zie ook dit stukje over live blogging op Studio ICT van precies een jaar geleden.

Foto 1: Volker Weber
Foto 2: IdoNotes

 
 

Eén van de hoogtepunten van Lotusphere 2009 vond ik het bezoek met de internationale pers aan het Innovation Lab op 20 januari. Dit Lab was een zaal met 21 stands, bevolkt door jonge mensen, die met verve hun project presenteerden. Allemaal zaken, die nog in ontwikkeling zijn en waarvan nog niet duidelijk is of ze in bestaande of nieuwe producten zullen worden opgenomen.

Fotograferen mocht niet, wat wel begrijpelijk is bij zo'n kijkje in de R&D-keuken. En als het wel had gemogen zou het nog een hele opgave zijn geweest. Hoe fotografeer je enthousiasme en de spanning of je project het gaat halen of niet? Dat had alleen met video gekund.

Ik pik er vier projecten uit, die indruk op me hebben gemaakt.

Mobile Augmented Reality for Retail
Je bent in een winkel, ziet een product dat je wel wat lijkt, scant een speciale barcode met je smartphone en vervolgens verschijnen er avatars op het beeldscherm van je mobieltje, die je  gesproken informatie geven over dit product. Dat kan natuurlijk een sales pitch zijn. Maar wat ik vooral heel interessant vond was de mogelijkheid van een koppeling met Amazon.com, waardoor je de commentaren hoort van consumenten, die daar producten hebben beoordeeld. Die verschijnen dan in de vorm van een groep van sprekende avatars. Ook live chat met een avatar, waarachter een mens van vlees en bloed schuilgaat, is mogelijk.
Embodied knowledge wordt deze toepassing genoemd in een folder van het project. Belichaamde kennis. Wel een goede term, behalve dan dat het hier om virtuele lichamen gaat....

InSight: micro-tagging
Passages terugvinden in videomateriaal kan zeer tijdrovend zijn. InSight is een applicatie om tags aan te brengen bij bepaalde passages of bij segmenten binnen een passage, waardoor die zeer snel kunnen worden teruggevonden. De tags kunnen verbeterd worden door gebruikers, waardoor het idee van een soort video-wikipedia ontstaat. Grote hoeveelheden videomateriaal zouden door 'the crowd' van tags kunnen worden voorzien. De ondertitel van dit project luidt dan ook Wisdom of the Crowds Meets Micro-tags.

Olympus: Avatars for the Web
Op het beeldscherm zag het er nog een beetje knullig uit, maar het idee is goed: voeg redelijk grote en grafisch mooie avatars toe aan virtuele omgevingen, zoals sociale netwerken en online vergaderingen, zodat je veel beter dan met emoticons uitdrukking kunt geven aan hoe je je voelt. Zo'n avatar kan met enige regelmaat op zijn horloge kijken, aldus aangevend dat de meeting wat langdradig begint te worden. Ook met de positie van avatars op het scherm kan worden gespeeld. Voorstanders van een bepaalde beslissing verzamelen zich links en tegenstanders rechts, wie het nog niet weet in het midden. Tijdens de bespreking zie je dan wie van standpunt en dus van positie verandert. 

Workboards
Workboards zijn collectieve ruimten, waarbinnen samengewerkt kan worden aan documenten, die aan een bepaalde workflow onderhevig zijn. In die ruimte kunnen niet alleen die documenten, maar ook allerlei andere notities, opmerkingen en verwijzingen op een grafisch aantrekkelijke manier worden gerangschikt. Zo ontstaat er een soort 'mindmap voor een workload'.   

Natuurlijker methoden
Een dag later sprak ik met Irene Greif, hoofd van de Collaborative User Experience Group. Ze vertelde me dat veel van de R&D-projecten van IBM's software divisie te maken hebben met kennismanagement. “Maar dan niet met kennismanagement oude stijl, waarbij tamelijk geforceerd werd geprobeerd om kennis vast te leggen in afzonderlijke systemen. Die vorm van kennismanagement is zo goed als dood.”
Door de opkomst van het internet zijn er nieuwe methoden ontwikkeld, die veel natuurlijker zijn, constateert Greif. “In sociale netwerken bijvoorbeeld kan veel kennis worden vastgelegd. Vaak is maar 10 procent van de gebruikers daarbinnen echt actief, maar zij creëren wel veel waarde voor hun organisaties, want de informatie die zij vastleggen wordt door 80 procent van de medewerkers gebruikt.”
Ze noemt drie kerngebieden waar haar research zich nu op toespitst: multimedia, mobiele toepassingen en virtuele werelden. “Op die terreinen gebeurt ontzettend veel. We zijn alleen nog op zoek naar de juiste applicaties.”

Meer informatie: www.research.ibm.com