Picture

Natuurlijk kan dat. Althans, het massale gebruik van een nieuw type apparaat. Dat gold voor het wiel, voor de ploeg, voor de stoommachine en de verbrandingsmotor. En dat geldt nu ook voor de mobiele computer.

De afgelopen dagen heb ik me met een gevoel van toenemende fascinatie vertrouwd gemaakt met mijn nieuwe iPhone. Het gevoel doet denken aan dat van eeuwen geleden, toen mijn allereerste internetverbinding tot stand kwam in een hels kabaal van modempieptonen. Yes! "Hallo wereld!"
Alleen is het nu andersom. "Hallo Fred!" Ik haal nu draadloos de hele wereld naar me toe, zittend op het terras in mijn tuin: nieuws, twitter, blogs, muziekvideo's, radiostreams, applicaties, zoals Buienradar, Trein (reizigersinformatie van de NS) en Funambol (voor de synchronisatie van contactpersonen), naast applicaties, waarmee je met je iPhone composities kunt maken. En er is nog zoveel meer....

Handige interface
De iPhone is geen smartphone en geen pda. Het is een mobiele internetcomputer. Met een schermpje dat eindelijk groot en handig genoeg is om als interface te dienen voor het web. Ik heb daar eerder al verschillende postings over geschreven en mijn enthousiasme over dit nieuwe type mobiele apparaat neemt alleen maar toe.

Mobiele supercomputers
En dit is nog maar het begin. 
Afgelopen week was ik op een innovatiedag van Logica in Amstelveen en daar sprak Howard Rheingold, auteur van het boek Smart Mobs. Hij heeft een analyse gemaakt van de invloed van mobiele telefoons tijdens crisisituaties in verschillende landen en hij komt tot de conclusie dat grote massa's er directe invloed mee kunnen uitoefenen op het politieke proces. De mobi dus als een middel voor democratisch empowerment. Rheingold spreekt in dit verband zelfs over the next social revolution.
En over vijf, tien, of twintig jaar, aldus Rheingold, is de smartphone geëvolueerd tot een mobiele supercomputer, die duizendmaal meer kan dan wat ons nu al zo fascineert. Iedereen heeft dan zo'n supercomputer op zak. De veranderingen, die daardoor veroorzaakt zullen worden, zullen immens zijn.

Twitter-stream over en tijdens het Logica Transform09 evenement:
Video-impressie van het evenement.

 
 
Op donderdag 14 mei vond in Media Plaza in Utrecht het seminar Social Networking meets Unified Communications plaats. Dat is een mondvol buzzwords en vooral de ochtend ging danig onder de buzz gebukt, maar naarmate de dag vorderde werden de presentaties een stuk concreter.

Het draait allemaal om intelligenter doorverbinden, sneller zoeken naar informatie, naar mensen en naar kennis en om het handiger gebruik van de vele communikatiekanalen, die we inmiddels tot onze beschikking hebben. En uiteraard draait het ook om de software en systemen, bij de gratie waarvan deze hogere graden van efficiëntie mogelijk worden.

Neo buzz
De praktijk van het nieuwe werken, die aldus ontstaat, is voedingsbodem voor weer allerlei nieuwe buzzwoorden. Zo vind ik skill tap wel een hele fraaie. “Eerst even een skill tap doen.” Bedoeld wordt een zoekopdracht in het systeem naar een specifieke competentie. Wie van ons weet er iets van..... en dan zie je in een oogwenk wie over dat onderwerp het meest geblogd heeft of er presentaties over heeft gehouden, wie daarin speciaal is opgeleid, enzovoort.
Trustfactor is er nog zo eentje. Dat slaat op het vertrouwen dat je in iemand krijgt als je die een tijdje virtueel volgt, bijvoorbeeld via Twitter ('following'). "Hoe staat het met jouw trustfactor?"

Slim doorverbinden
Hieronder een fragment uit de duo-presentatie van Bas Krikke en Pim van Wetten van e-office. Bas Krikke vertelt daarin hoe je telefoontjes efficiënter kunt doorverbinden door gebruik te maken van bereikbaarheidsinformatie, in combinatie met informatie over competenties, zoals die is opgenomen in de collaboration software van zowel Microsoft als IBM.

Een mini-seminar
Een audio-opname van de volledige presentatie van e-office is als tweede bijlage helemaal onderaan deze posting toegevoegd. Hierin wordt aan de hand van vier gepersonaliseerde 'rollen' de werking van moderne systemen voor unified communications en collaboration (social software) nader toegelicht.

De opname duurt 39 minuten. Is wel even een zit, maar de inhoud is interessant. Zie het maar als een mini-seminar.

Klik hier voor het verslag van het seminar op kennisportal.com.


Audio:
Presentatie e-office 14 mei Media Plaza

 
 
Picture

Een paar weken geleden heb ik mij op het Twitter-pad begeven. Mijn eerste indrukken zijn wel positief. Er is ongelofelijk veel oeverloos gelul op Twitter, dat wel, maar dat niet alleen. Hier en daar zit er een aardige krent in de pap. Iets heel nieuws, wat nog nergens anders is opgedoken, of een bruikbare tip om een boek te lezen of een interessante website te bezoeken.

In bad
Voor mensen, die intensief met elkaar samenwerken, lijkt het mij ook wel handig om statusinformatie van elkaar te krijgen, tot en met ik sta in de file, ik heb slecht geslapen en ik doe de kleine in bad. Dat wil ik van bijna niemand horen, behalve van diegenen van wie die boodschappen relevantie voor me hebben.

Meer microblogs
Wie liever een besloten Twitter wil voor allerlei bedrijfsgebabbel dat niet voor concurrentie-oren bestemd is kan terecht bij het microblog Yammer.
Maar ook voor freelancers is er nu een eigen Twitterding. Deze draait niet om de vraag 'waar ben je?', maar om de vraag 'waaraan werk je?' Blellow heet deze Twitter voor eenpitters.

Besloten groepen
Bij Blellow draait het vooral om groepen. Je kunt gratis meedoen in een openbare groep of zelf een openbare groep starten. Besloten groepen zijn ook mogelijk. Volgens een artikel in Mashable moet daarvoor betaald worden (5 dollar per maand voor 1 GB online opslagruimte en 10 dollar voor 10 GB), maar ik heb zojuist een besloten groep aangemaakt en merkte daar niks van.
Misschien is dat een plan voor de toekomst.
Blellow is begin dit jaar gelanceerd en nog in Beta-stadium.
Als je nu meedoet ben je een tester.

Hieronder twee video's met uitleg hoe Blellow werkt.

 
Hulde aan Hulbee 13/05/2009
 

Vandaag is een nieuwe zoekmachine gelanceerd, die niet alleen werkt met lange lijsten treffers, zoals Google, maar ook met een trefwoordenwolk (tagcloud) om de zoekopdracht verder te verfijnen.
De nieuwe zoekmachine heet Hulbee en is een intitiatief van het in neurale netwerken gespecialiseerde Duitse bedrijf Grossbay. De zoektermen worden op een semantische manier in verband gebracht met andere verwante termen, die dan in de wolk verschijnen. Daarbij wordt onder de motorkap gebruik gemaakt van de zoekindex van Yahoo!

To-the-point
Ik heb een paar zoekopdrachten geprobeerd en ik ben er wel over te spreken.
De site werkt nog wel wat traag, dus daar moeten ze heel snel wat aan doen, maar de zoekresultaten zijn opmerkelijk to-the-point. En zo'n tagcloud is bere-handig. Je komt zo op trefwoorden, die ja zelf niet zou hebben bedacht, maar die toch zeer relevant zijn en eerder tot resultaat leiden. 

Taalversies
Hulbee is op dit moment beschikbaar in het Engels, Duits en Nederlands (com, co.uk, de, be en nl). De andere Europese talen komen nog deze maand beschikbaar. Dat komt goed van pas als je alleen sites in een specifiek land wilt doorzoeken.

Origineel persbericht van 29 april

 
 

Dat kan met 4usSpaces.com. De 4us meeting spaces bieden een virtuele wereld, die draait op de infrastructuur van Skype.

Als je Skype geïnstalleerd hebt, kun je via het menu Extra in Skype of via de website van 4usSpaces een programmaatje downloaden van 4 MB en voor je het weet bevindt je je middenin de 4usClub, een virtuele sociëteit met bar, zitjes, een binnentuin en een groot beeldscherm aan de wand, waarnaar je foto's en binnenkort zelfs video's kunt uploaden, die dan in de virtuele Club voor de aanwezigen zichtbaar zijn.

Je kunt in het beginscherm opgeven hoeveel bezoekers je maximaal in deze virtuele ruimte wilt ontvangen en of dat alleen je eigen Skype-contacten mogen zijn of ook onbekenden, welke taal de bezoekers machtig moeten zijn en met welk doel ze daar mogen gaan vertoeven.

Virtueel maatwerk
4usplaces is een initiatief van Bas Blaauw. Ik hoorde er voor het eerst van op het Innobizz event van afgelopen week in de Caballerofabriek in Den Haag. Blaauw deed daar een pitch in het programma-onderdeel De Leeuwenkuil. Wat zijn applicatie zo interessant maakt is dat hij kan worden aangepast aan de wensen van de gebruiker. Zowel wat betreft de aankleding van de virtuele ruimte als wat betreft het 'deurbeleid'.

Community
Dat betekent dat je zo bijvoorbeeld een community kunt inrichten met je eigen branding voor contact met klanten en voor contact tussen klanten onderling  Of een omgeving waarbinnen bezoekers van een filmvoorstelling, een concert of een evenement nog even met elkaar kunnen na-chatten.

Maar je kunt het ook veel beperkter houden en een sessie opzetten met maar een handjevol van je Skype-contacten, bijvoorbeeld je teamleden, maar dan nu in de gedaante van avatars. Dat is weer eens een compleet andere manier van overleggen! Misschien gaan ze je nu wel ongezouten de waarheid vertellen....

Het beste kun je gewoon een keertje rondkijken in de 4usClub.
Dat zegt meer dan duizend woorden.

Via Skype: Extra>Extra's>Meer extra's>Groep>4usClub for Skype

 
 

Google heeft een interessante service ontwikkeld, waarmee je sociale netwerk-functionaliteit kunt toevoegen aan een website, Google Friend Connect genaamd.
Wie zich wil aanmelden bij zo'n 'lokaal netwerk' moet wel, je raadt het al, een Google account en bijbehorend profiel hebben, maar gelukkig is dat niet de enige mogelijkheid. De dienst werkt ook met een paar andere accounts/profielen, zoals van Yahoo, OpenID en – onlangs toegevoegd – Twitter.
Mooi is dat als je ergens een goed profiel hebt neergezet en dat ook voor andere diensten kunt gebruiken!

The social web
Google zegt met nadruk een open social web na te streven: “This integration with Twitter is an example of how we want to continue improving Friend Connect, extending the open social web and bringing social features to more places on the web.”

 
 

Vandaag zag ik dat Nederland opvallend hoog scoort in de Connectivity Scorecard van Nokia Siemens Networks. 

Ons land neemt nu de vierde plaats in op de ranglijst van geïndustrialiseerde landen, achter de VS, Zweden en Denemarken. Eigenlijk loopt alles hier wel goed met de ICT, aldus het rapport, op een paar zwakke puntjes na. Zo blijft de penetratie van snelle breedbandverbindingen in de consumentenmarkt achter bij andere koplopende landen. En onze elektronische overheid (E-government) scoort onder het gemiddelde.

Opschudden
Kijk eens aan! Dezelfde overheid, die ons middels Innovatieplatforms en allerlei andere gesubsidieerde projecten en campagnes oproept om meer te vernieuwen....zou dus eerst zelf eens wat dieper in de spiegel kunnen kijken.
Misschien moeten we de rollen voortaan maar eens omdraaien: de business gaat de overheid eens lekker stroomlijnen. Flink opschudden en innoveren die hap.
Dan gaat onze nationale C-score over een jaar of wat vast en zeker finaal door het dak!

Klik hier voor een pdf van het rapport.
Klik hier voor een eerder artikel over de Connectivity Scorecard op Studio ICT.

 
 

Het zijn zware tijden, vind ik. Voor je het weet ben je twaalf websites aan het onderhouden. Allemaal interessante initiatieven, maar ze hebben amper onderling verband en twaalf is domweg teveel van het goede.

Ik zal uit de losse pols eens inventariseren, waaruit mijn Online To Do List inmiddels bestaat:

1) Dit blog bijwerken
2) Mijn persoonlijke website fredteunissen.nl bijwerken
3) LinkedIn langslopen, eventueel iets in het microblog zetten, mail binnen LinkedIn beantwoorden
4) Plaxo, same story
5) Reviews en bookmarks toevoegen op StumbleUpon (meest Engelstalig).
6) LotusLive inrichten, een online samenwerkingsomgeving waarvoor ik een proefaccount heb.
7) Idem met Knowledge Plaza, ook een collaboration site, maar dan meer op kennis gericht
8) Idem met Kreeo (maar dan in het Engels)
9) Videomateriaal toevoegen op Vimeo
10) Tweets plaatsen op Twitter

Het is gewoon niet te doen. En dan ben ik nog niet eens een heavy user van sociale netwerk sites.

Integratie
Toch gloort er wel enig licht aan het einde van mijn online tunnel:
Weebly, dat is het online cms, waarmee ik dit blog onderhoud, heeft sinds kort de mogelijkheid om bij het publiceren van een blogposting automatisch een paar regels over het nieuwe stukje aan Twittetr toe te voegen. Kijk, dat is nou eens geweldig handig. Goeie service.
Het koste me een tijdje rondneuzen, maar hetzelfde kan sinds kort ook met StumbleUpon als je je  aanmeldt als Beta-user.

LinkedIn, Xing en Plaxo daarentegen proberen zoveel mogelijk 'content' in zichzelf vast te houden. Ze nemen wel dingen van buiten op, maar zijn zelf amper naar buiten gericht. Dat kan ze de kop gaan kosten, denk ik.

Want de grote integratie-vraag is: integreert u soepeltjes met Twitter, dan wel met andere online sociale netwerken, ja dan nee?

Een lastig punt vind ik dat - wil je dat echt goed doen - het in het Engels moet. Daardoor komt er namelijk weer een puntje bij op mijn OTDL:

11) Blogteksten door de automatische vertaler halen met Google Translate, Yahoo's Babel Fish of Frengl.

 
Stukje 300 03/05/2009
 

Dit is mijn 300ste blogstukje, geteld vanaf november 2004, toen Studio ICT live ging.
Oef... Wat is daar een energie in gaan zitten!


En de Return on Investment?
Eerlijk gezegd zou ik dat niet zo heel precies weten.
Plezier in elk geval. Het voelt intens goed om hier af en toe vrij-uit te berichten over wat ik belangrijk vind. Los van de vraag of daar wel een 'markt' voor is.

Proeftuin
Verder is deze site voor mij een proeftuin, een plek om dingen te proberen en te leren. Het is mijn eigen afdeling Research & Development.
En dit blog werkt duidelijk ook als een zoekmachine op mijn kennis. Ik merk dat steeds vaker als ik artikelen schrijf. Ik kan daar sneller dingen mee traceren dan wanneer ik op de harde schijf van mijn pc aan het zoeken sla.

Uithangbord
Bovendien is Studio ICT mijn uithangbord in cyberspace. Zoiets is niet onbelangrijk voor een zelfstandige. Hoewel het nooit mijn belangrijkste drijfveer was bij het maken van de stukjes is dus ook mijn marketing erbij gebaat.

Hoe nu verder?
Ik wil de experimentele kant gaan versterken. Onder meer door meer video op te nemen en door integratie met sociale netwerken tot stand te brengen.
Pas de afgelopen dagen begin ik te ontdekken hoe ik mijn postings hier en die op StumbleUpon (pas mee begonnen) en op Twitter (nog priller) dichter naar elkaar toe kan brengen. Dat is een heel verhaal en dat moet maar in een nieuw stukje.