Goed nieuws voor 'mobiele werkers': Dell komt met een nieuwe functie op zijn laptops, die Latitude On wordt genoemd. Daarmee wordt bedoeld: Onmiddellijk Aan.
Met deze functie start je – buiten Windows om - in twee seconden een Outlook-omgeving op met alleen je contactpersonen, agenda en takenlijst. Handig als je snel even iets wilt opzoeken.
Wil je méér, zoals bijvoorbeeld het internet op, e-mailen of een dvd afspelen, dan is de daarvoor benodigde omgeving binnen tien seconden operationeel. In deze tweede omgeving kun je ook werken met lichte kantoorapplicaties, zoals Pocket Word en Pocket Excel.
Bypass
Dell heeft voor de nieuwe snelstartfunctie een 'bypass' ontwikkeld langs het Windows operating systeem heen. Deze 'omleidingsroute' wordt mogelijk gemaakt door een subsysteem, bestaande uit een kleine extra processor en een embedded operating system.
Bij Dell roepen ze het niet van de daken, maar het gaat hier om Linux. Montavista's Mobilinux 5.0 om precies te zijn. In deze lichte omgeving kun je veel dingen snel doen. Pas als je zwaardere toepassingen nodig hebt, start je Vista op.
Het ei van Columbus, vind ik, een dual-boot machine voor verschillende taken. Wat heerlijk praktisch gedacht!
Bijkomend voordeel van deze RoadReady-laptop: je spaart de batterij en het milieu. Als je Windows weinig gebruikt, kun je dagenlang met deze laptops werken zonder te hoeven bijladen, vertelde een woordvoerder van Dell bij de introductie van deze nieuwe machines in augustus dit jaar (zie de video onderaan deze tekst).
Troje
Het kan haast niet anders dan dat er in zowel het Windows- als Linux-kamp heel wat wenkbrauwen zijn gefronst. Voor de Microsoft-aanhang moet Latitude On een paard van Troje zijn. Stel je voor, een Linux subsysteem in het hart van een Windows-machine... dat is echt even slikken.
Maar andersom net zo goed. Linux als startmotor voor Windows Vista, dat is nou niet bepaald de glansrol die het Linux-kamp voor 'Tux' weggelegd ziet.
Knap van Dell om de gebruiker voorop te stellen en de lange tenen van links en van rechts lekker te laten voor wat ze zijn.
En nou maar hopen dat ze dit stug volhouden.
Beschikbaar
Lattitude On is inmiddels beschikbaar, in eerste instantie voor de zakelijke modellen Latitude E-4200 en E-4300. De bedoeling is dat later ook andere modellen mee zullen worden toegerust.
Huizencrisis, bankencrisis en een olie- en dollarcrisis in aantocht.
Wat hangt ons allemaal boven het hoofd?
Je moet niet pessimistisch doen, hoor ik overal om mij heen bezweren, want dan roep je het noodlot over jezelf af. Nee, positief blijven en dan zal het allemaal wel meevallen.
Maar het klopt niet met mijn gevoel. Mijn gevoel zegt dat het niet mee zal vallen.
Recessies bieden juist kansen, hoor ik ook overal om mij heen. “Neem toch vooral onze software, want daarmee kun je flink op je kosten besparen...”
“In deze tijden van economische teruggang is het vooral belangrijk om......”
Enzovoort. Het ene na het andere persbericht slaat ineens dit ergerlijke toontje aan. (Problem? No problem, let it work for you!)
Het is mij te makkelijk geredeneerd en te snel geconcludeerd. En te baatzuchtig.
What is going on?
Dat moet je toch wel bij benadering weten om je koers te kunnen bepalen.
Ik heb Willem Middelkoops boek Als de dollar valt gelezen, de afgelopen maand, en daaruit wordt de ware aard van de huidige crisis me niet echt duidelijk. Het is een bijzonder goed gedocumenteerd en leerzaam boek, daar niet van, maar het zegt weinig over wat we kunnen doen. Afgezien dan van een enkele tip voor vermogende lezers. Die kunnen maar beter hun tegoeden verzilveren, zo luidt zijn advies. Maar wat koopt een gewoon mens daarvoor?
Gisteravond las ik een stevig stukje van de Amerikaanse blogster Susan Scrupski – onder de titel Reality Check 2.0 - dat over dit doe-probleem gaat. Scrupski is al een jaar of twee actief als web 2.0 Evangelist, maar twijfelt nu openlijk aan haar geloof.
Al die nieuwe Enterprise 2.0 toepassingen, vraagt ze zich af, gaan die ons echt wel helpen in deze crisis? Helpt Twitter daartegen? Facebook soms?
Geloof ook maar niet, schampert ze, dat web 2.0-startups - net als de grote banken - door de overheid gered zullen gaan worden. Mooi niet.
Wat moeten deze start-ups nu doen om overeind te blijven?
En wat kunnen zij ondernemen om hun klanten door deze crisis heen te helpen?
Goeie vragen, vind ik.
Nou de goeie antwoorden nog.
Gezien op Convergence 2008 in Kopenhagen: een aanraakscherm, waarmee een distributiecentrum wordt bestuurd. Als je een locatie aantipt opent er een schermpje met informatie over wat er op die plaats aan voorraad staat. Je kunt producten verslepen naar andere locaties en ook naar de expeditieruimte.
Aan de kleur van de vakjes is te zien wat de omloopsnelheid van de producten is: blauw voor laag en oranjerood voor hoog. Daarmee voorkom je dat er spullen op de verkeerde plek neerzet worden.
Surface computing
Windows Surface heet de software, die deze nieuwe vorm van besturing mogelijk maakt. Er waren ook toepassingen van dit surface computing voor de consumentenmarkt te zien, zoals fotoboeken, waarbij je de beelden vrij over het scherm kunt laten bewegen. Door je vingers naar elkaar toe of van elkaar af te bewegen kun je de foto's snel verkleinen en vergroten (zie de video's onder deze tekst).
Verbijstering
Navigatie door middel van de bewegingen van handen en vingers is op zichzelf niet nieuw. Begin vorig jaar al verbijsterde Jeff Han zijn publiek met een demonstratie van zijn perceptive pixels. En begin dit jaar lichtte Microsoft al een tipje van de sluier van Windows Surface op tijdens de CES 2008 in Las Vegas.
Wel compleet nieuw is de logistieke toepassing van deze techniek.
Het is de bedoeling dat de logistieke multi touch interface, die in Kopenhagen werd getoond, als add-on beschikbaar komt voor Microsoft Dynamics AX en NAV. Dat zou al in de loop van 2009 het geval kunnen zijn, aldus een woordvoerder.
Als je de foto's hieronder aanklikt worden ze vergroot.
Twee video's
Hieronder twee video's over surface computing.
De eerste is een korte promo-video van nog geen anderhalve minuut.
De tweede een bijna tien minuten durende, waarin de mogelijkheid van interactie met digitale apparaten uitgebreid wordt toegelicht.
We weten allemaal wat een déjà vu is: het plotselinge besef dat je iets al eens eerder gehoord, gezien, geproefd, geroken of gevoeld hebt. Je zintuigen leggen de link naar de eerdere gebeurtenis, die dan weer in alle scherpte opdoemt uit je geheugen. Maar het omgekeerde bestaat ook, zo betoogde schrijver Tom Kelly, tijdens Convergence 2008, de jaarlijks conferentie van de business divisie van Microsoft, afgelopen week in Kopenhagen.
Dat omgekeerde noemt hij een vujà dé.
Tandenborstel
Een vujà dé is het plotselinge besef dat iets totaal anders zou kunnen gaan, dan we het altijd al doen. Daarvoor moeten we met 'nieuwe' ogen naar de werkelijkheid kijken, vertelde Kelly. Hij gaf het voorbeeld van een tandenborstel voor jonge kinderen. Die was - tot voor kort - altijd een verkleinde uitvoering van de tandenborstel voor volwassenen. Totdat iemand van Kelly's designbureau IDEO in de gaten kreeg dat kleine kinderen hun mini-grotemensenborstel allemaal anders vasthouden: in hun vuist en niet met hun vingers. En deze vujà dé lag aan de basis van de dikkere kleinemensentandenborstel, die de fabrikant ervan anderhalf jaar lang een voorsprong bezorgde op de wereldmarkt.
Fundamenteel innoveren
Het belang van fundamentele innovaties neemt toe, vertelde Kelly in Kopenhagen. Hij illustreerde dit aan de hand van de snelle opkomst van Samsung. In het jaar 2000 lag de waarde van het merk Samsung nog ver achter op de merkwaarde van Sony (circa 4 versus 17 miljard dollar). Maar al in 2004 haalde Samsung zijn concurrent in. Sony innoveerde wel, maar niet fundamenteel genoeg.
In iedere industrietak loeren innoverende uitdagers op hun kans, stelde Kelly: “Er is altijd een Samsung. Daar kun je je maar op één manier tegen wapenen: jezelf fundamenteel innoveren.”
Op zoek naar onversneden vujà dé's zetten bedrijven de laatste jaren teams van antropologen in. Zij onderzoeken hoe klanten in de dagelijkse praktijk omgaan met producten. Volgens Kelly biedt deze antropologische aanpak unieke input voor innovaties. “I am in antropological mode all the time,” verzekerde hij het publiek.
Ik vind Kelly's vujà dé een geweldige vondst. Die twee woordjes zeggen precies waar het bij een echte innovatie om gaat: kijken met andere ogen en dan iets zien wat nog niemand eerder zag. En het zijn ook twee sterke woordjes. Ze blijven hangen. Als je ze eenmaal gehoord hebt, vergeet je ze nooit meer, net zo min als het idee daarachter.
Boeken van Tom Kelly:
The Art of Innovation (2001)
The Ten Faces of Innovation (2005)
Aangeraden door Kelly:
Spark Innovation Through Empathic Design (1997)
Soms brengt het toeval mooie dingen op je pad.
Zo ook afgelopen donderdag op de beurs Infosecurity. Ik had tevoren een draaiboekje gemaakt met lezingen en demonstraties, die ik wilde bijwonen. De presentatie van Gertjan Nickolson - Managing risks in a collaboration oriented world – maakte daar geen onderdeel van uit. Gortdroge titel, dus wat kan dat nou zijn?
Maar dankzij een vroege lunch had ik wat extra tijd en besloot ik een blik te werpen in de grote zaal 1, waar hij zojuist begonnen was met spreken.
Ik ben gaan zitten en heb de volle drie kwartier tot mij genomen, want het bleek een boeiend verhaal. Anders dan anders. Het beste van mijn Infosecurity van dit jaar.
Ik ga wat kernpunten opdiepen uit mijn notities:
* De securitysector heeft een traditionele inslag. Dat moet veranderen, anders gaan we achterlopen.
* Want we werken inmiddels heel anders dan vroeger. We doen dat nu mondiaal, 24 uur per dag en in projectgroepen waarvan de deelnemers allemaal een stukje van het geheel voor hun rekening nemen. We communiceren met elkaar over continenten heen.
* De uitdaging is dan om niet te open te zijn, maar ook niet te dicht. Of, in Boeddhistische termen: be open yet closed.
* Risk management kan in de nieuwe situatie geen risk mitigation meer zijn. Het heeft geen zin meer om te proberen risico's tot nul te reduceren. Er moet nu een balans worden gezocht tussen risico's reduceren en volop nieuwe – in zichzelf riskante – functionaliteit benutten.
* Google is een goed voorbeeld van nieuwe functionaliteit, die riskant kan zijn. Veel bedrijven gebruiken bijvoorbeeld Google Maps op hun website. Wat als zo'n service wegvalt?
* We hebben nu een kredietcrisis, maar er kan zich ooit ook een Google-crisis voordoen. Wat te doen als er wereldwijd een paar grote datacentra van Google uitvallen?
* Er is behoefte aan een nieuwe Colloboration Oriented Architecture. De Open Groep, een initiatief van acht mondiale IT-bedrijven, werkt daaraan in het Jericho Forum.
* Er zijn nog nauwelijks producten op de markt, die security kunnen bieden in de nieuwe wereld van collaboration. Je zult ze op de beursvloer van deze Infosecurity niet vinden, constateert Nickolson.
* Grote bedrijven hebben terabytes aan data, die vaak nauwelijks geclassificeerd zijn. Handmatig gaat dat niet meer. Het is gewoon te veel. Het is daarom nodig dat er software komt voor automatic security classification, die minstens 80 procent van de gevoelige documenten eruit pikt. De rest kun je handmatig doen. Maar producten hiervoor zijn nog niet op de markt.
* Onderzoek in deze richting wordt wel gedaan op een aantal technische universiteiten. Het wachten is nu op de eerste start-ups.
Op de site van Infosecurity staat een pdf-document met de dia's van deze presentatie.
De laatste paar jaar loop ik met stijgende verbazing over de beursvloer van Infosecurity. Wat een veelheid aan beveiligende bedrijven hebben we toch. Er zou toch onderhand iets van consolidatie moeten komen, denk ik dan. Iets van een shake-out. Survival of the fittest....Overal elders gebeurt dat toch ook op zijn tijd?
Maar niet bij de informatiebeveiligers. Ieder jaar vullen ze weer pontificaal een grote hal van de Jaarbeurs. Je ziet bijna alle bekende namen van de voorgaande jaren en weer een paar nieuwe namen erbij.
En iets daarin snap ik niet. Waarom is er onderhand niet een grote wasstraat op het web? Een soort Nuon van de infosecurity? Je stuurt eerst al je webverkeer naar die Info-Nuon, die wast het spul grondig schoon en stuurt het daarna netjes naar je door. Geen virusvuiltje meer aan de lucht. En ook nog voor een bedrag waar je het zelf nooit voor zou kunnen doen.
Maar zo'n grote wasstraat – die een heleboel securityproducten in één klap overbodig zou maken - is er niet.
En nog een stap verder: is het nou echt zo moeilijk om toegang tot informatie binnen bedrijven te beveiligen? Zijn daar echt wel honderden bedrijven en duizenden consultants voor nodig? Ik geloof er eigenlijk niks van.
Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat de beveiligers het - zo onder elkaar - wat ingewikkelder maken dan het is. Ze bestaan immers bij de gratie van digitale ingewikkeldheden.
Waarom steken er niet een paar de koppen bij elkaar om een ware data-Bank te beginnen? Een gigantisch pakhuis voor allerlei soorten gevoelige informatie en met een stat-of-the-art beveiliging en topkwaliteit toegangsbeheer? Dan huur je als bedrijf toch gewoon een stukje vloeroppervlak in dat veilige datamagazijn?
Maar ook zo'n ware data-Bank is er niet. Althans, ik ken er geen.
Ik vind het al met al maar een vreemde beurs, die jaarlijkse Infosecurity.
Van Den Haag moeten bedrijven en overheden meer aan elektronische communicatie doen. Om dit te bevorderen is een grootschalig voorlichtings- en begeleidingsprogramma opgezet, dat Nederland Digitaal in Verbinding heet.
Dit programma wekt de indruk dat de middelen wel voorhanden zijn, maar dat nu alleen nog alle neuzen de goede kant op moeten wijzen.
Zo lees ik op de speciale – op ondernemers gerichte - Syntens-pagina over dit NdiV-programma: “Door onderling elektronisch gegevens uit te wisselen bespaart u kosten en tijd én kunt u meer winst behalen. Maar hoe pakt u dat aan? Ontdek het door deel te nemen aan ‘Nederland Digitaal in Verbinding’!"
Zo da's mooi: paar glossy folders lezen, workshopje doen, adviseur in de arm nemen en hoppa: daar gaan we dan digitaal.
Maar niet heus.
Voor digitale communicatie tussen bedrijven en voor hun contact met overheden is om te beginnen geschikte software nodig. En die is nog lang niet in voldoende mate voorhanden, zo bleek op het Kenniscongres Administratieve Software dat 30 oktober in Lunteren plaatsvond.
Tijdens het congres werd de XBRL-monitor gelanceerd, een intiatief van onderzoeksbureau GBNed van Gerard Bottemanne.
Zijn monitor brengt gedetailleerd in kaart welke softwarepakketten XBRL(*)-ready zijn, wat een maatstaf is voor moderne elektronische communicatie. Bottemanne onderzoekt ook of de ontvangende partij vervolgens wel in staat is om deze XBRL-berichten correct te verwerken.
En dan blijkt dat Nederland nog maar erg magertjes Digitaal in Verbinding (DiV) staat.
Van de boekhoudsoftware is nog maar een klein deel DiV.
De Belastingdienst is deels DiV, namelijk voor de omzetbelasting en de loonheffing, maar nog niet voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting.
Al met al zeer leerzame kost, de eerste resultaten van dit onderzoek, dat de komende maanden verder zal worden aangevuld en uitgebreid.
(*) XBRL staat voor eXtensible Business Reporting Language
Online CMS-dienst Weebly passeerde de afgelopen week de grens van 1 miljoen geregistreerde gebruikers.
Bij die gelegenheid werden een paar interessante details bekendgemaakt.
Zo is deze dienst eind september voor het eerst met winst gaan draaien. Dat gebeurde dankzij een mix van inkomsten uit domeinregistraties, uit de verkoop van Pro-versies en uit een 50-procentsaandeel in de Google advertenties, die op Weebly-sites kunnen worden geplaatst.
Weebly-sites trekken ook snel meer bezoekers. In oktober in totaal 11 miljoen. Dat was 20 procent meer dan in september en 55 procent meer dan in augustus.
Weebly - gestart in november 2006 - heeft de ambitie om het bouwen van complexe (web 2.0-)websites voor iedereen haalbaar en betaalbaar te maken. Dat signaal is blijkbaar goed opgepikt door particulieren, kleine bedrijven, non-profit instellingen en universiteiten.
Ik ben één van die één miljoen gebruikers. Studio ICT is in september dit jaar in Weebly 'herbouwd'.
Zie ook: Terug in de lucht!
Klik hier voor het persbericht.