India, here I came!
Ik was me al flink aan het voorbereiden op een persreis eind januari, begin februari naar de Indiase Silicon Valley, toen vlak voor Kerst het telefoontje kwam dat het feest voorlopig even niet doorgaat.
Een reden werd niet genoemd, maar het is overduidelijk dat de naderende recessie hier roet in het eten heeft gegooid. De slagschaduw van de crisis begint nu ook over mijn eigen agenda te vallen.
Jammer. Heel erg jammer.

Vandaag zag ik nog een andere afgelasting. Een veel grotere streep door een veel grotere rekening. Novell heeft BrainShare 2009 geschrapt, de jaarlijkse conferentie voor klanten en relaties, die van 8 tot en met 13 maart in Salt Lake City had moeten plaatsvinden.
Voor het eerst in 20 jaar gaat het evenement niet door.

In een verklaring over de afgelasting zegt de leiding van Novell dat een verminderde animo van de bezoekers aan haar beslissing ten grondslag ligt. Dat doet wat flauw aan. Hoe zit het met Novell dan? Gaat Novell zelf niet op de kleintjes letten soms?
Als het echt alleen zou gaan om een naarstig bezuinigend congrespubliek, waarom is dan niet besloten het evenement doorgang te laten vinden op een beperkter schaal? Met een hoop videocamera's er pal bovenop om vervolgens het hele circus live uit te zenden naar een tienmaal groter publiek dan er ooit op een BrainShare aanwezig is geweest? En dat onder het motto: “U komt niet naar ons dit jaar? Jammer. Heel erg jammer. Maar wij komen wel naar u hoor, en met de modernste middelen!”
Een gemiste kans, als je het mij vraagt.

Hoe dan ook, de periode van de afgelastingen is aangebroken.
Let maar op: er komen er vast nog veel meer.

 
 

Afgelopen zomer stelde ik voor het blad Bizz een gids samen met 101 online applicaties.

Grote delen van deze gids zijn in de Bizz-editie van november 2008 gepubliceerd, maar niet alles, want door ruimtegebrek viel een aantal hoofdstukken buiten boord.
Helaas waren dat nou net die delen, waarin de minder bekende online toepassingen waren ondergebracht. De zwakkere geluiden, zogezegd. En die zijn vaak het meest interessant, omdat ze de muziek van de toekomst kunnen worden (in dit geval de hoofdstukken 7, 8 en 9). 

Gelukkig heeft de redactie van ondernemersportal Zibb wel alle hoofdstukken online gezet (met uitzondering van dat over online boekhouden), maar dan weer zonder de bijbehorende tabellen.

Kortom, de enige echt complete gids – hoofdstukken met overzichtstabellen – vind je hier op Studio ICT:

Inleiding
1. Online CRM
2. Online ERP
3. Online vergaderdiensten
4. Online marketing
5. Online boekhouden
6. Online kantoorapplicaties
7. Virtuele kantoren
8. Online projectmanagement
9. Overige online apllicaties

 
 

Gisteravond heb ik de generale repetitie bijgewoond van het Kerstconcert van het Gelders Orkest. Ze oefenden een stuk van Schönberg en gedeelten uit de negende symfonie van Beethoven ('Alle Menschen werden Brüder'). Voor de pauze ging het om de grote lijnen, daarna om de details van Beethovens werk.
Dirigent Martin Sieghart greep regelmatig in als hij iets hoorde dat hem niet beviel. Bij één van die interventies was zijn commentaar: “Ik hoor teveel violen.”
Dat leek een totaal misplaatste opmerking, omdat het om een passage ging, waarin de violen duidelijk de boventoon moeten voeren. Sieghart liet dit gedeelte alleen door de violen overspelen en gaf ze daarbij de opdracht mee "een beetje minder als violen te klinken."

Dit had een merkwaardig effect. Het klonk inderdaad anders. Onaards. Alsof al die violen één instrument geworden waren.

Deze gebeurtenis doet me denken aan het gevoel dat mij met regelmaat bekruipt als ik de Nederlandse ICT-vakbladen doorneem.
Teveel ICT.
Te weinig muziek.

 
 

Veel organisaties zijn het spoor een beetje bijster. Dat komt, omdat de wereld om ons heen sneller verandert dan zij zich kunnen aanpassen. CEO's worstelen met deze discrepantie en proberen verwoed hun businessmodellen aan te passen. Aldus Peter Korsten, algemeen directeur van het Institute for Business Value van IBM tijdens een persbriefing op 10 december in Amsterdam.

Roep om verandering
Korsten haalde de Global CEO Study 2008 van IBM aan, gepubliceerd in mei van dit jaar, waarvoor meer dan duizend CEO's en business managers zijn geïnterviewd. Uit die gesprekken bleek een enorme roep om verandering. 85 procent van de ondervraagden bleek van mening dat het roer volledig om moet. “Dat was nog voor de kredietcrisis. Inmiddels zou die roep om verandering wel eens tegen de 100 procent aan kunnen zitten.”
Volgens het onderzoek van IBM is er een groeiende kloof tussen de behoefte aan verandering en de mate waarin dit in de praktijk ook lukt. Deze change gap is in twee jaar toegenomen van 8 naar 22 procent (zie onderstaande grafiek met een vergelijking van de noodzakelijk geachte substantiële verandering - bovenste rode lijn - ten opzichte van de feitelijk gerealiseerde verandering - onderste rode lijn).

Grote aanpassingen
Peter Korsten vergeleek de huidige economische teruggang met de recessie van 1973-1974. “Die leidde tot wereldwijde veranderingen in de technologische infrastructuur, zoals de opkomst van het internet. De huidige crisis vertoont daar sterke overeenkomsten mee. We staan dan ook aan de vooravond van nieuwe grote aanpassingen aan de infrastructuur.” Hij denkt dat de wereld die in aantocht is drie fundamentele kenmerken zal hebben: hij is instrumented (overal kruipen chips in), interconnected (iedereen wordt met iedereen en alles wordt met alles verbonden) en intelligent (zie de website Smart Planet).

Klik hier voor een executive summary van de Global CEO Study 2008.
Klik hier voor het integrale rapport.

Op de website van het IBM Institite for Business Value staan meer dan 250 onderzoeksrapporten over een groot aantal onderwerpen. Deze zijn gratis – en zonder verplichte registratie - te downloaden.

 
 

De afgelopen week heb ik twee sprekers onafhankelijk van elkaar heel boeiende dingen horen zeggen over arbeidsproductiviteit. De eerste is de Amerikaanse IT-consultant en schrijver Dion Hinchcliffe. Hij sprak tijdens het Enterprise Web 2.0-seminar op 9 december in de Kuip in Rotterdam.

De tweede is Leonard Waverman, professor in de economie aan de London Business School. Hij is te zien op een videoregistratie van de inleiding, die hij op 3 december hield tijdens Nokia World in Barcelona. Ik weet het, ik raak maar niet uitgepraat over dit evenement - het is op het vervelende af - maar dat komt, omdat deze conferentie zo ongebruikelijk veel interessants te bieden had. Ik heb nu alle video's op de site van dit event op één na gezien en ze zijn stuk voor stuk de moeite waard.
Maar dit terzijde. Terug naar spreker 1

De 20-40-40-regel
Om de economische potentie van web 2.0-toepassingen te illustreren haalde Dion Hinchcliffe een onderzoeksrapport van McKinsey aan, waarin de totale (historische) groei van de arbeidsproductiviteit voor het gemak in drie stukken wordt gehakt: 20 procent zou betrekking hebben op het efficiënter fabriceren van dingen (zoals dat vooral zijn beslag kreeg tijdens de industriële revolutie). Twee keer zoveel, namelijk 40 procent, zou te maken hebben met het automatiseren van routinematige, vooral administratieve handelingen (lees: de IT-revolutie, waar we nu nog middenin zitten). En dan is er nog zo'n fors brok van 40 procent en dat heeft betrekking op 'complexe interacties'. Op zaken, die niet makkelijk of helemaal niet te automatiseren zijn. Dit is het gebied van de creativiteit en de kenniswerkers en van blogs, wiki's, fora, instant messaging, teamsites en widgets, aldus Hinchcliffe. Alles, kortom wat we web 2.0 zijn gaan noemen.
Als dit model juist is dan zouden we in de geïndustrialiseerde wereld dus nog een enorme productiviteitswinst kunnen boeken. We zouden ons nu dan ergens rond de 50 tot 60 procent van ons (huidige) optimum bewegen. En dat is volkomen anders dan hoe daar door onze politici en beleidsmakers over wordt gedacht. Die denken in termen van procentpuntjes. Niet  in grote sprongen voorwaarts. 
Goed, nu naar spreker 2 - en dan wordt het echt spannend - want die bevestigt dit beeld.

Connectivity Scorecard
Leonard Waverman en zijn medewerkers hebben in opdracht van Nokia Siemens Networks een compleet nieuw model ontwikkeld om de productiviteit van landen te bepalen, Connectivity Scorecard genaamd. Zij zijn aan dit avontuur begonnen, omdat ze vinden dat de modellen, die vaak een grote rol spelen in de pers en in het publieke debat, zoals de E-Readiness Rankings van de Economist Intelligence Unit en de breedband index van de OECD, tekortschieten.
Deze modellen kijken teveel naar de communicatie-infrastructuur op zich, vinden ze, en te weinig naar wat zich binnen die infrastructuur afspeelt. Teveel naar het instrument en te weinig naar het gebruik. Teveel naar de snelweg en onvoldoende naar de kwaliteit van het verkeer. Vooral de praktische toepassing van business applicaties moet zwaarder worden meegewogen, benadrukken ze.

Best practices
Hun nieuwe model omvat 42 criteria en daarop kan een land scores behalen van 0 tot 10. Tien staat dan voor de wereldwijde best practice op dit moment. Die is dus al ergens op aarde realiteit. En waarom zou dat dan elders – op den duur -  niet ook kunnen?
Met dit model scoren de VS binnen de Westerse landen het hoogst met 6,97, op de voet gevolgd door Zweden met 6,83 en Canada met 6,56. In Azië gaat Maleisië op kop met 7,50 en ook Japan doet het naar verhouding goed met 6,68. De grote Westeuropese landen zitten in de middenmoot en halen amper een zesje. Opmerkelijk is de goede score van Rusland met 6.60.
En Nederland? Nederland is helaas nog niet onder de loep genomen door het team van Waverman. Maar dat moment lijkt niet zo vreselijk ver meer weg.
Reken maar dat we – als het zover is - iets te bespreken zullen hebben met elkaar, hier in de polder!

Zie over dit onderwerp ook het artikel Ontketen de ICT dat ik eerder dit jaar schreef voor het tijdschrift InTune.

Klik hier voor een pdf van de eerste uitgave van de Connectivity Scorecard.

 
 

.....en daarmee al je afspraken regelen, berichten versturen en muziek afspelen en levensechte beelden in je bewustzijn projecteren dankzij een neurologische interface.
Science fiction?
Nog wel, maar in de niet al te verre toekomst (2030?) zeer waarschijnlijk niet meer. Dan zou dit heel goed dagelijkse praktijk kunnen zijn. Dat is al over 21 jaar. Niet zo heel erg ver weg.
Geloof je dat niet?
Kijk dan eens op je gemak naar deze video. Hij duurt ruim 40 minuten, dus je moet er echt even voor gaan zitten.
Maar die investering is de moeite dubbel en dwars waard.

Zeven trends
De Engelse schrijver en futuroloog Ray Hammond geeft in deze presentatie zijn visie op zeven wereldwijde trends.
Dit zijn ze:
1-wereldwijde bevolkingsexplosie
2-klimaatcrisis
3-energiecrisis
4-globalisering
5-revolutie in de geneeskunde
6-exponentiële versnelling van de technologische ontwikkeling
7-de allerarmsten gaan hun aandeel opeisen 

Aan het eind van de presentatie doet hij alsof hij een tijdreiziger is uit het jaar 2040 en geeft hij een verbijsterend kijkje in de niet meer zo verre toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.

Meer informatie vind je in deze samenvatting van Hammond's nieuwe boek The World in 2030.
Zie (hieronder) ook het interview dat Becky Anderson van CNN in mei 2008 met Ray Hammond had.

 
 

Ik las een opmerkelijk persbericht van AT&T van 27 november.
Daarin staat dat een door die onderneming verricht onderzoek heeft uitgewezen dat volgens 67 procent van de in Nederland ondervraagde werknemers hun bedrijf social networking heeft opgenomen in de bedrijfscultuur.
67 procent?
Is dat niet een beetje heel erg veel?
En opgenomen in de bedrijfscultuur?
Waar komen dan al die verhalen vandaan van grote bedrijven, die huizenhoge problemen hebben met jonge, 'instromende' mensen, omdat die thuis web 2.0-tools gewend zijn, maar ze op hun werkplek niet mogen gebruiken vanwege angst voor beveiliginglekken en aanverwante risico's?

Navraag bij de bron leert dat 'opgenomen in de bedrijfscultuur' wel een wat zware uitdrukking is voor de beschreven realiteit. Bedoeld wordt dat bij elkaar genomen 67 procent van de ondervraagden aangeeft één of meer tools voor social networking te gebruiken bij het werk, dus in de corporate omgeving.

Mix
De mix van veel gebruikte tools voor social networking in ons land ziet er volgens het onderzoek op dit moment als volgt uit:
-Teamsites op het eigen intranet: 35 procent van de werknemers maakt er gebruik van
-In eigen beheer gemaakte video, die via het intranet wordt getoond : 13 procent heeft daar af en toe mee te maken
-Interne fora: 12 procent doet daar wel eens iets mee
-Interne blogs: 10 procent is daar actief mee
-Externe blogs:  6 procent actievelingen
-Fotosites (zoals Flickr): 10 procent

Vijf landen
Het onderzoek werd in vijf landen gedaan. Behalve Nederland waren dat België, Engeland, Frankrijk en Duitsland.
Voor al die landen samen (2500 ondervraagden) ontstond het onderstaande beeld (in procenten van het aantal medewerkers):

Goed nieuws
Vooral die 11 procent interne en 6 externe bloggers springen er voor mij uit. Dat is veel en veel meer dan doorgaans wordt aangenomen. 
Nederland heeft 10 procent interne bloggers en zit daarmee in de middenmoot. België scoort 6 procent, Duitsland 12, Groot-Brittannië 13 en Frankrijk is koploper met 14 procent interne bloggers.
Je kunt geen andere conclusie trekken uit deze resultaten dan dat bedrijven in West-Europa stilletjes, ja haast stiekem, aan het bloggen zijn geslagen. Het gebeurt vooral intern, met de gordijnen dicht, net zoals met de meeste andere tools voor social networking het geval is. Bijna alles gebeurt intern, maar toch.

Drijfveren
Ook goed nieuws is dat vergroting van kennis de belangrijkste drijfveer blijkt te zijn voor de inzet van deze nieuwe tools. Zowel waar het de bundeling van de collectieve kennis van werknemers, klanten en leveranciers betreft (bij 40 procent van de ondervraagden) als waar het gaat om het vergroten van de eigen, individuele kennis (35 procent).
Naast kennis worden ook teambuilding en interne samenwerking (34 procent) als een belangrijk voordeel gezien.

Wie alle resultaten van het AT&T onderzoek in detail wil napluizen kan dat hier doen.

 
 

Kosten reduceren en tegelijkertijd innoveren.
Dat lijkt de centrale uitdaging voor bedrijven te worden in de recessie.
Maar – vooralsnog – niet voor de meeste CIO's, die dit najaar deelnamen aan het jaarlijkse Digital Boardroom Trendonderzoek.

Zij blijken spoorslags in de bezuinigingskramp geschoten. Eerst kosten reduceren en daarna zien ze nog wel of er iets te innoveren valt.
“De theorie zegt dat innovatieve IT kan bijdragen aan een efficiënter verloop van bedrijfsprocessen, wat weer resulteert in besparingen op diverse gebieden,” aldus de samenstellers van het onderzoeksrapport, “echter deze nuance gaat verloren in de praktijk van economisch onzekere tijden. Evenals tijdens vorige recessies zien we dat het topmanagement ook nu weer voornamelijk op kosten gaat sturen.”

Dat sturen op kosten kan op veel manieren. Favoriete methode is virtualisatie (besparing op hardware), gevolgd door centralisatie van de IT-dienstverlening en consolidatie van hard- en softwareplatforms.
Aan grote investeringen wordt voortaan de eis gesteld dat ze binnen een half jaar tot een jaar moeten worden terugverdiend. Erg veel zullen dat er dus wel niet zijn. Daardoor verschuift de focus van nieuwe projecten naar beheer en optimalisatie van bestaande projecten en systemen.

Een jaar geleden was de stemming overigens niet zo heel erg anders. Ook toen bleek er onder de deelnemende CIO's en IT-managers weinig oog voor innovatie.
Kosten reduceren en tegelijkertijd innoveren.
Dat lijkt de centrale uitdaging voor bedrijven te worden in de recessie.
Maar – vooralsnog – niet voor de meeste CIO's, die dit najaar deelnamen aan het jaarlijkse Digital Boardroom Trendonderzoek.

Zij blijken spoorslags in de bezuinigingskramp geschoten. Eerst kosten reduceren en daarna zien ze nog wel of er iets te innoveren valt.
“De theorie zegt dat innovatieve IT kan bijdragen aan een efficiënter verloop van bedrijfsprocessen, wat weer resulteert in besparingen op diverse gebieden,” aldus de samenstellers van het onderzoeksrapport, “echter deze nuance gaat verloren in de praktijk van economisch onzekere tijden. Evenals tijdens vorige recessies zien we dat het topmanagement ook nu weer voornamelijk op kosten gaat sturen.”

Dat sturen op kosten kan op veel manieren. Favoriete methode is virtualisatie (besparing op hardware), gevolgd door centralisatie van de IT-dienstverlening en consolidatie van hard- en softwareplatforms.
Aan grote investeringen wordt voortaan de eis gesteld dat ze binnen een half jaar tot een jaar moeten worden terugverdiend. Erg veel zullen die toets wel niet doorstaan. Daardoor verschuift de focus van nieuwe projecten naar beheer en optimalisatie van bestaande projecten en systemen.

Een jaar geleden was de stemming overigens niet zo heel erg verschillend. Ook toen bleek er onder de deelnemende CIO's en IT-managers maar weinig animo voor innovatie.

 
 

Bij de opening van ICT 2008, een grote tweejaarlijkse Europese conferentie over informatietechnologie – op 25 november in Lyon – heeft Viviane Reding, Eurocommissaris voor de Information Society en Media een lans gebroken voor meer Europese ICT-research.

Reding waarschuwde voor de neiging om in researchbudgetten te gaan snoeien nu we met een economische crisis geconfronteerd worden. “Zulke bezuinigingen lijken misschien verleidelijk, maar ze zullen onherstelbare schade toebrengen aan onze economieën en aan ons vermogen om te herstellen van deze crisis.”

Zij wees er op dat in Europa in vergelijking met de VS toch al te weinig wordt geïnvesteerd in ICT-research. “Alhoewel de private sector in de EU hier jaarlijks 35 miljard in investeert, is dat toch maar de helft van wat bedrijven in de VS op dit gebied doen. En het bedrag dat de overheden in de EU ter beschikking stellen is maar 40 procent van het niveau in de VS.” 

Reding benoemde een viertal sterke punten waarop Europa verder moet bouwen: de telecom-sector, embedded systems (waarbij de EU nu al 30 tot 35 procent van de wereldmarkt in handen heeft), de halfgeleiderindustrie en enterprise software.
Zij wees verder op twee opkomende technologiemarkten, waarop Europa een leidende rol moet gaan spelen: het internet van de toekomst en de inzet van ICT bij energiebesparing.

Reding kondigde aan in februari 2009 met een uitgewerkt plan te komen voor de realisatie van beter gecoördineerde en omvangrijker ICT-research in Europa.

Klik hier voor de integrale tekst van haar speech.
Klik hier voor de videoregistratie daarvan.

 
 

Het is slechts een kwestie van tijd, schreef ik in de vorige posting, voordat de meeste wereldbewoners een mobiele computer zullen hebben (lees: een smartphone van de jongste generatie, waar je heel makkelijk het internet mee op kunt).
De vraag is over hoeveel tijd dat - bij benadering - zou kunnen zijn.
Dat is een belangrijke vraag, want onze wereld zal er vanaf dat moment anders uitzien.

Terwijl ik me dit afgelopen week afvroeg, zag ik interessante cijfers van Gartner over de wereldwijde verkopen van smartphones in het derde kwartaal van 2008. Er gingen er toen 36,5 miljoen over de toonbank, een stijging van 11,5 procent ten opzichte van het derde kwartaal van 2007, toen er 32,7 miljoen van verkocht werden.
Grofweg worden er dus 140 miljoen per jaar van verkocht. Stel dat de gebruiker daar gemiddeld 2 à 3 jaar mee doet, dan zouden er nu toch zeker een slordige 300 miljoen van in omloop kunnen zijn.
Dat is veel, maar nog lang geen vier miljard.   

Volgens Lee Williams van de Symbian Foundation kan het nog wel drie, vijf of zeven jaar duren, voordat deze nieuwe apparaten, die we nog steeds phones noemen, maar die feitelijk computers zijn, een werkelijk grote impact zullen krijgen op ons dagelijkse leven en op onze leefstijl.
Symbian gaat bijdragen aan de versnelling van deze 'roadmap' door zijn besturingssysteem als open source software beschikbaar te stellen aan een veel grotere gemeenschap van ontwikkelaars dan alleen die van Symbian zelf.

Dat zal zeker versnellend werken. Maar er zal ook iets aan de prijs gedaan moeten worden. Nu kost zo'n mobiele alleskunner nog een dikke 500 euro. Als dat over een jaar of vijf pakweg de helft minder zou kunnen zijn, dan zijn een paar miljard gebruikers niet meer ondenkbaar.
Wordt 2013 het jaar waarin dit mobiele internet wereldwijd doorbreekt?