Eén van de hoogtepunten van Lotusphere 2009 vond ik het bezoek met de internationale pers aan het Innovation Lab op 20 januari. Dit Lab was een zaal met 21 stands, bevolkt door jonge mensen, die met verve hun project presenteerden. Allemaal zaken, die nog in ontwikkeling zijn en waarvan nog niet duidelijk is of ze in bestaande of nieuwe producten zullen worden opgenomen.
Fotograferen mocht niet, wat wel begrijpelijk is bij zo'n kijkje in de R&D-keuken. En als het wel had gemogen zou het nog een hele opgave zijn geweest. Hoe fotografeer je enthousiasme en de spanning of je project het gaat halen of niet? Dat had alleen met video gekund.
Ik pik er vier projecten uit, die indruk op me hebben gemaakt.
Mobile Augmented Reality for Retail
Je bent in een winkel, ziet een product dat je wel wat lijkt, scant een speciale barcode met je smartphone en vervolgens verschijnen er avatars op het beeldscherm van je mobieltje, die je gesproken informatie geven over dit product. Dat kan natuurlijk een sales pitch zijn. Maar wat ik vooral heel interessant vond was de mogelijkheid van een koppeling met Amazon.com, waardoor je de commentaren hoort van consumenten, die daar producten hebben beoordeeld. Die verschijnen dan in de vorm van een groep van sprekende avatars. Ook live chat met een avatar, waarachter een mens van vlees en bloed schuilgaat, is mogelijk.
Embodied knowledge wordt deze toepassing genoemd in een folder van het project. Belichaamde kennis. Wel een goede term, behalve dan dat het hier om virtuele lichamen gaat....
InSight: micro-tagging
Passages terugvinden in videomateriaal kan zeer tijdrovend zijn. InSight is een applicatie om tags aan te brengen bij bepaalde passages of bij segmenten binnen een passage, waardoor die zeer snel kunnen worden teruggevonden. De tags kunnen verbeterd worden door gebruikers, waardoor het idee van een soort video-wikipedia ontstaat. Grote hoeveelheden videomateriaal zouden door 'the crowd' van tags kunnen worden voorzien. De ondertitel van dit project luidt dan ook Wisdom of the Crowds Meets Micro-tags.
Olympus: Avatars for the Web
Op het beeldscherm zag het er nog een beetje knullig uit, maar het idee is goed: voeg redelijk grote en grafisch mooie avatars toe aan virtuele omgevingen, zoals sociale netwerken en online vergaderingen, zodat je veel beter dan met emoticons uitdrukking kunt geven aan hoe je je voelt. Zo'n avatar kan met enige regelmaat op zijn horloge kijken, aldus aangevend dat de meeting wat langdradig begint te worden. Ook met de positie van avatars op het scherm kan worden gespeeld. Voorstanders van een bepaalde beslissing verzamelen zich links en tegenstanders rechts, wie het nog niet weet in het midden. Tijdens de bespreking zie je dan wie van standpunt en dus van positie verandert.
Workboards
Workboards zijn collectieve ruimten, waarbinnen samengewerkt kan worden aan documenten, die aan een bepaalde workflow onderhevig zijn. In die ruimte kunnen niet alleen die documenten, maar ook allerlei andere notities, opmerkingen en verwijzingen op een grafisch aantrekkelijke manier worden gerangschikt. Zo ontstaat er een soort 'mindmap voor een workload'.
Natuurlijker methoden
Een dag later sprak ik met Irene Greif, hoofd van de Collaborative User Experience Group. Ze vertelde me dat veel van de R&D-projecten van IBM's software divisie te maken hebben met kennismanagement. “Maar dan niet met kennismanagement oude stijl, waarbij tamelijk geforceerd werd geprobeerd om kennis vast te leggen in afzonderlijke systemen. Die vorm van kennismanagement is zo goed als dood.”
Door de opkomst van het internet zijn er nieuwe methoden ontwikkeld, die veel natuurlijker zijn, constateert Greif. “In sociale netwerken bijvoorbeeld kan veel kennis worden vastgelegd. Vaak is maar 10 procent van de gebruikers daarbinnen echt actief, maar zij creëren wel veel waarde voor hun organisaties, want de informatie die zij vastleggen wordt door 80 procent van de medewerkers gebruikt.”
Ze noemt drie kerngebieden waar haar research zich nu op toespitst: multimedia, mobiele toepassingen en virtuele werelden. “Op die terreinen gebeurt ontzettend veel. We zijn alleen nog op zoek naar de juiste applicaties.”
Meer informatie: www.research.ibm.com
We weten allemaal wat een déjà vu is: het plotselinge besef dat je iets al eens eerder gehoord, gezien, geproefd, geroken of gevoeld hebt. Je zintuigen leggen de link naar de eerdere gebeurtenis, die dan weer in alle scherpte opdoemt uit je geheugen. Maar het omgekeerde bestaat ook, zo betoogde schrijver Tom Kelly, tijdens Convergence 2008, de jaarlijks conferentie van de business divisie van Microsoft, afgelopen week in Kopenhagen.
Dat omgekeerde noemt hij een vujà dé.
Tandenborstel
Een vujà dé is het plotselinge besef dat iets totaal anders zou kunnen gaan, dan we het altijd al doen. Daarvoor moeten we met 'nieuwe' ogen naar de werkelijkheid kijken, vertelde Kelly. Hij gaf het voorbeeld van een tandenborstel voor jonge kinderen. Die was - tot voor kort - altijd een verkleinde uitvoering van de tandenborstel voor volwassenen. Totdat iemand van Kelly's designbureau IDEO in de gaten kreeg dat kleine kinderen hun mini-grotemensenborstel allemaal anders vasthouden: in hun vuist en niet met hun vingers. En deze vujà dé lag aan de basis van de dikkere kleinemensentandenborstel, die de fabrikant ervan anderhalf jaar lang een voorsprong bezorgde op de wereldmarkt.
Fundamenteel innoveren
Het belang van fundamentele innovaties neemt toe, vertelde Kelly in Kopenhagen. Hij illustreerde dit aan de hand van de snelle opkomst van Samsung. In het jaar 2000 lag de waarde van het merk Samsung nog ver achter op de merkwaarde van Sony (circa 4 versus 17 miljard dollar). Maar al in 2004 haalde Samsung zijn concurrent in. Sony innoveerde wel, maar niet fundamenteel genoeg.
In iedere industrietak loeren innoverende uitdagers op hun kans, stelde Kelly: “Er is altijd een Samsung. Daar kun je je maar op één manier tegen wapenen: jezelf fundamenteel innoveren.”
Op zoek naar onversneden vujà dé's zetten bedrijven de laatste jaren teams van antropologen in. Zij onderzoeken hoe klanten in de dagelijkse praktijk omgaan met producten. Volgens Kelly biedt deze antropologische aanpak unieke input voor innovaties. “I am in antropological mode all the time,” verzekerde hij het publiek.
Ik vind Kelly's vujà dé een geweldige vondst. Die twee woordjes zeggen precies waar het bij een echte innovatie om gaat: kijken met andere ogen en dan iets zien wat nog niemand eerder zag. En het zijn ook twee sterke woordjes. Ze blijven hangen. Als je ze eenmaal gehoord hebt, vergeet je ze nooit meer, net zo min als het idee daarachter.
Boeken van Tom Kelly:
The Art of Innovation (2001)
The Ten Faces of Innovation (2005)
Aangeraden door Kelly:
Spark Innovation Through Empathic Design (1997)