Na afloop van het NoiV-congres van 5 maart in Utrecht werden er goodie bags aan de bezoekers uitgedeeld. Ik vind dat een afschuwelijke benaming, maar ala, zo worden deze dingen nu eenmaal genoemd in marketingjargon. Het is zo'n beetje de blije doos van de congresganger, alleen is het geen doos, maar een tas.
Open Boodschappen stond er op deze tas gedrukt. En ik kreeg er ook eentje.
Vanmiddag besloot ik de inhoud van deze tas eens wat beter te bekijken. Naast de gebruikelijke folders en brochures zaten er twee echt leuke dingen in: een oranje nijlpaardje met de complimenten van open cms-leverancier Hippo en een Nulmeting omtrent het gebruik van open standaarden en open source software door onze overheden met de complimenten van NOiV, oftewel het programmabureau Nederland Open in Verbinding.
Verrassing
Die Nulmeting is een verrassing. Het is namelijk een echte, doorwrochte nulmeting. Gemaakt door TNS NIPO in oktober 2008 en gebaseerd op de antwoorden van 684 overheidsorganisaties. Daaronder alle 13 ministeries, 7 van de 12 provincies, 12 van de 27 waterschappen, 128 van de 443 gemeenten, aangevuld met een steekproef bij 80 onderwijsinstellingen, 764 reacties in totaal dus.
Tijdens het officiële programma van het congres is er met geen woord gerept over dit onderzoek. Heel merkwaardig. Dit materiaal verdiende een stevige keynote. Waarom is het dan als een soort bijlage in de goodie bag verdwenen?
Misschien, omdat er nu nog geen voortgang gemeld kan worden. Een nulmeting is per definitie een begin. Misschien ook omdat het algehele beeld nog weinig rooskleurig is. Een aardige indicatie daarvoor is de mogelijkheid van het gebruik van de open documentstandaard ODF (Open Document File) door overheidsmedewerkers.
Bij de ministeries (beige strook) ziet dat er het beste uit. Bij tien ministeries is dit volledig mogelijk en bij drie voor een deel van de medewerkers. Dat is hoopgevend. Maar nul procent bij de bevraagde provincies (strook daaronder) is zorgelijk. En maar 8 procent bij gemeenten en waterschappen (volgende twee stroken) is dat eveneens.
Tekenen
Ook zorgelijk is dat veel overheden open standaarden met de mond belijden, maar zich er ook weer niet al te spijkerhard op willen vastleggen, zo lijkt het. En dat geldt dan ook voor de ministeries, want maar drie daarvan hebben de Gemeenschappelijke Verklaring uit 2007 van het Ministerie van EZ en branche-organisatie ICT-Office inmiddels mede ondertekend. Eén heeft dat niet gedaan. En bij overige negen ministeries wisten de respondenten niet (!) of er was getekend, aldus het rapport op pagina 29.
Kunnen die dan niet bellen of e-mailen denk je dan, maar dit terzijde.
Er staan nog meer interessante zaken in deze Nulmeting, maar hier laat ik het bij.
Ik hoop dat het onderzoek dit najaar wordt herhaald en dan met exact dezelfde kernvragen.
Twee Fransen waren op 5 maart de smaakmakers tijdens het NoiV-congres in Utrecht over open standaarden en open source software. Zo'n gekruide Franse inbreng is meer dan welkom, maar ik zou zo dolgraag ook een keer een keynote van een Nederlander over dit onderwerp willen meenaken, waarvan je op het uiterste puntje van je stoel gaat zitten.
Daar zijn we duidelijk nog heel ver van verwijderd. We importeren de ware spirit en dat stemt tegelijk een tikje droevig.
Creativiteit
Tristan Nitot, directeur van de Europese tak van de Mozilla Foundation, hield een zeer overtuigend, stap voor stap opgebouwd betoog over de enorme hoeveelheid creatieve energie, die is losgemaakt dankzij de toepassing van open standaarden, die we allemaal gratis kunnen gebruiken. Drie daarvan liggen aan de basis van het internet, zo memoreerde hij: html, http en het principe van de url. Het zijn simpele concepten, aldus Nitot, maar ze werken goed. En daarmee zijn miljoenen mensen aan de slag gegaan om zelf weer nieuwe internettoepassingen te bouwen, zoals Wikipedia, blogs, Firefox, enzovoorts.
Deze open standaarden hebben de gebruikers aan het roer gebracht. Zij bouwen daar zelf hun eigen werelden mee. En dat is zoveel beter dan alleen te consumeren wat anderen voor je hebben bedacht en dat dan meestal niet vrijelijk te gebruiken is, aldus Nitot.
Tabak
En luitenant-kolonel Xavier Guimard kwam vertellen hoe de Franse gendarmerie (90.000 werkplekken) in 2002 totaal tabak had van zijn veel te dure Microsoft- licenties en van het geploeter met systemen die niet inter-operabel waren. Om zich in de jaren daarna hier stap voor stap aan te ontworstelen.
Aan een tegenstribbelend SAP werd de eis gesteld dat de applicatie via het web toegankelijk moest worden. Oudere applicaties werden allemaal vervangen door webapplicaties. In 2004 - nadat Microsoft geweigerd had om de gendarmerie licenties voor alleen de tekstverwerker Word te verschaffen - werd gekozen voor OpenOffice. In 2005 volgde de keuze voor Firefox als browser.
Liberté
Alleen al aan Office-licenties bespaart dit de gendarmerie nu 2 miljoen euro per jaar. Maar dat was niet de kern van het betoog van Guimard. Dat was het afrekenen met leveranciersafhankelijkheid.
Vrijheid van keuze. Daar draait het vooral om. Dus daarom de keuze voor open standaarden. En in de praktijk – en na uitvoerig testen - bleek open source software dan vaak de beste oplossing, aldus de luitenant-kolonel.
Klik hier voor een pdf van zijn presentatie.
Waren er dan geen goede Nederlandse voorbeelden? Natuurlijk wel. Dat van het Octrooi Centrum Nederland bijvoorbeeld en van het Utrechtse Antonius Ziekenhuis. In beide instellingen zijn ze zeer goed bezig. En er zijn nog wel een paar handenvol meer van dit soort voorbeelden.
Maar ik mis de vlam in de pan.
De open beweging in Nederland is me nog veel te ambtelijk, veel te bleek, veel te braaf.
Willen de echte Fransen onder hen nou eens opstaan?
Op de foto Tristan Nitot. Als je er op klikt krijg je een vergroting te zien.
Klik hier voor de overige presentaties op de website van het NOiV.
Van Den Haag moeten bedrijven en overheden meer aan elektronische communicatie doen. Om dit te bevorderen is een grootschalig voorlichtings- en begeleidingsprogramma opgezet, dat Nederland Digitaal in Verbinding heet.
Dit programma wekt de indruk dat de middelen wel voorhanden zijn, maar dat nu alleen nog alle neuzen de goede kant op moeten wijzen.
Zo lees ik op de speciale – op ondernemers gerichte - Syntens-pagina over dit NdiV-programma: “Door onderling elektronisch gegevens uit te wisselen bespaart u kosten en tijd én kunt u meer winst behalen. Maar hoe pakt u dat aan? Ontdek het door deel te nemen aan ‘Nederland Digitaal in Verbinding’!"
Zo da's mooi: paar glossy folders lezen, workshopje doen, adviseur in de arm nemen en hoppa: daar gaan we dan digitaal.
Maar niet heus.
Voor digitale communicatie tussen bedrijven en voor hun contact met overheden is om te beginnen geschikte software nodig. En die is nog lang niet in voldoende mate voorhanden, zo bleek op het Kenniscongres Administratieve Software dat 30 oktober in Lunteren plaatsvond.
Tijdens het congres werd de XBRL-monitor gelanceerd, een intiatief van onderzoeksbureau GBNed van Gerard Bottemanne.
Zijn monitor brengt gedetailleerd in kaart welke softwarepakketten XBRL(*)-ready zijn, wat een maatstaf is voor moderne elektronische communicatie. Bottemanne onderzoekt ook of de ontvangende partij vervolgens wel in staat is om deze XBRL-berichten correct te verwerken.
En dan blijkt dat Nederland nog maar erg magertjes Digitaal in Verbinding (DiV) staat.
Van de boekhoudsoftware is nog maar een klein deel DiV.
De Belastingdienst is deels DiV, namelijk voor de omzetbelasting en de loonheffing, maar nog niet voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting.
Al met al zeer leerzame kost, de eerste resultaten van dit onderzoek, dat de komende maanden verder zal worden aangevuld en uitgebreid.
(*) XBRL staat voor eXtensible Business Reporting Language