Vandaag zag ik dat Nederland opvallend hoog scoort in de Connectivity Scorecard van Nokia Siemens Networks. 

Ons land neemt nu de vierde plaats in op de ranglijst van geïndustrialiseerde landen, achter de VS, Zweden en Denemarken. Eigenlijk loopt alles hier wel goed met de ICT, aldus het rapport, op een paar zwakke puntjes na. Zo blijft de penetratie van snelle breedbandverbindingen in de consumentenmarkt achter bij andere koplopende landen. En onze elektronische overheid (E-government) scoort onder het gemiddelde.

Opschudden
Kijk eens aan! Dezelfde overheid, die ons middels Innovatieplatforms en allerlei andere gesubsidieerde projecten en campagnes oproept om meer te vernieuwen....zou dus eerst zelf eens wat dieper in de spiegel kunnen kijken.
Misschien moeten we de rollen voortaan maar eens omdraaien: de business gaat de overheid eens lekker stroomlijnen. Flink opschudden en innoveren die hap.
Dan gaat onze nationale C-score over een jaar of wat vast en zeker finaal door het dak!

Klik hier voor een pdf van het rapport.
Klik hier voor een eerder artikel over de Connectivity Scorecard op Studio ICT.

 
 

En ineens is het zover: Microsoft is in de zakelijke markt zelf SaaS-leverancier geworden.
Vanmorgen lanceerde de onderneming in het nieuwe hoofdkantoor op Schiphol een online business software suite, die Business Productivity Online Suite is gedoopt (afgekort tot BPOS, spreek uit: biepos).
Afrekenen gebeurt per gebruiker per maand en dat moet bij Microsoft zelf, omdat deze services geleverd worden 'uit de cloud'. Uit de wolk van Microsoftf, wel te verstaan. De BPOS-services worden ter beschikking gesteld via een datacenter in Ierland en in geval van nood neemt een co-locatie in Amsterdam het over.

Dat is even andere koek dan voorheen, toen bijvoorbeeld SharePoint en Exchange ook wel online konden worden afgenomen, maar dan 'hosted' via een partner. En dan niet vanuit een Microsoft datacenter.

Onwerkelijk werkelijk
Het is 28 april 2009. Microsoft als SaaS-leverancier. Heel laat op de markt gekomen hiermee, dat wel. Jaren zat het in de pijplijn, maar kwam het er steeds maar niet van, maar nu het zover is verrast het toch. Is het echt waar? Ja. Het is 28 april 2009. This is real.

Suite
Wat houdt de suite in?
1) Exchange online (e-mail, agenda, taken), inclusief antivirus en antispam en 5 GB opslag per gebruiker.
2) SharePoint online met 250 MB opslag per gebruiker
3) Live Meeting, geintegreerd met Exchange online
4) Office Communications online (chat en online bereikbaarheidsinformatie)

De prijs is € 12,78 per gebruiker per maand (met een minimum van vijf gebruikers, waarom dat zo is konden de woordvoerders van Microsoft niet goed uitleggen, cloud is cloud zou je zeggen).
Partners van Microsoft bieden hun diensten aan om ondernemingen te helpen met migreren. Want dat moet wel verstandig gebeuren. De bestaande mailomgeving en andere data moeten verantwoord naar de cloud worden overgeheveld. Tenzij je een nieuw bedrijf begint natuurlijk.

Deskless Worker
Er is ook een light versie, Deskless Worker genaamd, voor € 2,56 per gebruker per maand en dit abonnement kan worden ingezet voor medewerkers, die slechts af en toe van de applicaties gebruik maken, zoals oproepkrachten.

Niet (erg) eenkennig
BPOS wordt benaderd via de browser en dat hoeft niet perse  Internet Explorer te zijn, verzekert Microsoft. Het werkt ook met Firefox en met Safari.
Ietsje lastiger wordt het met de integratie van 'allochtone' kantoorsoftware binnen SharePoint. Openoffice.org werkt hier wel, vertelde Peter de Haas tijdens de lancering, maar niet zo soepel als MS Office.

Office online
Microsoft werkt inmiddels trouwens hard aan een eigen online Office-versie. Eind 2009 wordt de Beta-versie verwacht. De bedoeling is dat het definitieve online product tegelijkertijd met Office 2010 op de markt komt.

Inhaalslag
Het is duidelijk dat Microsoft nu aan een serieuze inhaalslag begonnen is. De achterrliggende filosofie: de gebruiker moet – naar keuze - op drie manieren met business software kunnen werken: lokaal op de pc (dan wel in het netwerk), online en mobiel.

Foto: Peter de Haas licht de online strategie van Microsoft toe.
Klik hier voor meer informatie op de Microsoft website.

Video
Hieronder een video-impressie van de presentatie van Teus Baars, directeur van reclame ontwerpbureau NoSuchCompany uit Rotterdam. Zijn bedrijf telt dertig medewerkers en behoort tot de eerste gebruikers van BPOS in Nederland.

 
 

Vandaag een web-presentatie gevolgd van de nieuwe versie 8 van MindManager.
Meest opvallende vernieuwing is de mogelijkheid om mindmaps te exporteren naar een dynamisch pdf-bestand. Alle content verhuist mee naar die pdf, inclusief hyperlinks, die ook in de pdf blijven werken. Clickable pdf dus. Mooi om te zien.
Hetzelfde kan trouwens ook met Flash (swf-bestand)).
Het grote voordeel hiervan is dat iedereen actieve mindmaps kan inzien, onafhankelijk van de MindManager-software. De laatste versie van de Adobe Reader is genoeg (dan wel een browser met Flash plug-in).

Webservices
Verder is er in versie 8 ook een soepele integratie tot stand gebracht met een aantal populaire webservices, zoals Google Search en Facebook. Zoekresultaten kunnen direct in de mindmap worden geïmporteerd en bewerkt en alle links blijven actief. Dat is veel beter dan alleen de hyperlinks importeren of de zoekresulaten met knippen en plakken in de mindmap binnenhalen.

Webtraining
Een nadeel van MindManager vind ik dat het nogal wat oefening vraagt om er goed mee uit de voeten te kunnen. Dat ziet MindJet, de maker van deze software, zelf ook wel in, getuige het feit dat  met de nieuwe versie ook een uitgebreide set van webtrainingen wordt meegeleverd.

Maar als je het eenmaal onder de knie hebt is het wel een erg mooi programma.

Update vrijdag 6 maart
MindManager kan worden aangesloten op een online omgeving, Mindjet Connect genaamd, waarvoor een afzonderlijk abonnement moet worden afgesloten bovenop de licentie voor het (on premise) pakket. kosten: € 120 per gebruiker per jaar.

Er is ook een eenvoudiger, compleet online versie, MindManager Web, inclusief MindJet Connect, voor eveneens € 120 per gebruiker per jaar.

MindManager werkt alleen in combinatie met Microsoft Office. OpenOffice.org wordt niet ondersteund. Lotus Notes wel, via een addon.

Naast de Windows-versie is er ook een versie voor de Mac, maar geen versie voor Linux. Er bestaan op dit moment ook geen plannen voor een Linux-versie.

 
 

Even een paar snelle regels vanuit de perskamer van Lotusphere in Orlando, Florida.
Vanmorgen bij de ' aftrap' van de conferentie werden veel aankondigingen gedaan, waarvan ik de meest spectaculaire vind dat IBM in de loop van het eerste kwartaal van dit jaar LotusLive Engage zal lanceren.
LotusLive Engage is de nieuwe naam voor de verdere ontwikkeling van Bluehouse , een omgeving om online samen te werken (waarover ik eerder hier heb geschreven).

Het beste
IBM wil het beste van Lotus in LotusLive stoppen, zo werd vanmorgen benadrukt. In de komende release van deze webdienst zijn onder meer opgenomen: online meeting, bestanden delen, instant messaging, presence informatie, profielen en takenlijsten.

Inhaken
Dat er serieus verder wordt gebouwd aan deze dienst is op zichzelf al goed nieuws.
Maar dat er echt iets bijzonders zit aan te komen blijkt uit de samenwerkingen rondom LotusLive, die werden bekendgemaakt: met Skype voor ingebouwde internettelefonie en videoconferencing. Met LinkedIn voor integratie van profielinformatie en andere business informatie. En als klap op de vuurpijl met Salseforce.com.
Dat zijn drie gerenommeerde online (SaaS-) grootmachten, die inhaken op het Lotus-platform. Dat is veelbelovend. Zacht uitgedrukt.

 
 

De afgelopen week heb ik twee sprekers onafhankelijk van elkaar heel boeiende dingen horen zeggen over arbeidsproductiviteit. De eerste is de Amerikaanse IT-consultant en schrijver Dion Hinchcliffe. Hij sprak tijdens het Enterprise Web 2.0-seminar op 9 december in de Kuip in Rotterdam.

De tweede is Leonard Waverman, professor in de economie aan de London Business School. Hij is te zien op een videoregistratie van de inleiding, die hij op 3 december hield tijdens Nokia World in Barcelona. Ik weet het, ik raak maar niet uitgepraat over dit evenement - het is op het vervelende af - maar dat komt, omdat deze conferentie zo ongebruikelijk veel interessants te bieden had. Ik heb nu alle video's op de site van dit event op één na gezien en ze zijn stuk voor stuk de moeite waard.
Maar dit terzijde. Terug naar spreker 1

De 20-40-40-regel
Om de economische potentie van web 2.0-toepassingen te illustreren haalde Dion Hinchcliffe een onderzoeksrapport van McKinsey aan, waarin de totale (historische) groei van de arbeidsproductiviteit voor het gemak in drie stukken wordt gehakt: 20 procent zou betrekking hebben op het efficiënter fabriceren van dingen (zoals dat vooral zijn beslag kreeg tijdens de industriële revolutie). Twee keer zoveel, namelijk 40 procent, zou te maken hebben met het automatiseren van routinematige, vooral administratieve handelingen (lees: de IT-revolutie, waar we nu nog middenin zitten). En dan is er nog zo'n fors brok van 40 procent en dat heeft betrekking op 'complexe interacties'. Op zaken, die niet makkelijk of helemaal niet te automatiseren zijn. Dit is het gebied van de creativiteit en de kenniswerkers en van blogs, wiki's, fora, instant messaging, teamsites en widgets, aldus Hinchcliffe. Alles, kortom wat we web 2.0 zijn gaan noemen.
Als dit model juist is dan zouden we in de geïndustrialiseerde wereld dus nog een enorme productiviteitswinst kunnen boeken. We zouden ons nu dan ergens rond de 50 tot 60 procent van ons (huidige) optimum bewegen. En dat is volkomen anders dan hoe daar door onze politici en beleidsmakers over wordt gedacht. Die denken in termen van procentpuntjes. Niet  in grote sprongen voorwaarts. 
Goed, nu naar spreker 2 - en dan wordt het echt spannend - want die bevestigt dit beeld.

Connectivity Scorecard
Leonard Waverman en zijn medewerkers hebben in opdracht van Nokia Siemens Networks een compleet nieuw model ontwikkeld om de productiviteit van landen te bepalen, Connectivity Scorecard genaamd. Zij zijn aan dit avontuur begonnen, omdat ze vinden dat de modellen, die vaak een grote rol spelen in de pers en in het publieke debat, zoals de E-Readiness Rankings van de Economist Intelligence Unit en de breedband index van de OECD, tekortschieten.
Deze modellen kijken teveel naar de communicatie-infrastructuur op zich, vinden ze, en te weinig naar wat zich binnen die infrastructuur afspeelt. Teveel naar het instrument en te weinig naar het gebruik. Teveel naar de snelweg en onvoldoende naar de kwaliteit van het verkeer. Vooral de praktische toepassing van business applicaties moet zwaarder worden meegewogen, benadrukken ze.

Best practices
Hun nieuwe model omvat 42 criteria en daarop kan een land scores behalen van 0 tot 10. Tien staat dan voor de wereldwijde best practice op dit moment. Die is dus al ergens op aarde realiteit. En waarom zou dat dan elders – op den duur -  niet ook kunnen?
Met dit model scoren de VS binnen de Westerse landen het hoogst met 6,97, op de voet gevolgd door Zweden met 6,83 en Canada met 6,56. In Azië gaat Maleisië op kop met 7,50 en ook Japan doet het naar verhouding goed met 6,68. De grote Westeuropese landen zitten in de middenmoot en halen amper een zesje. Opmerkelijk is de goede score van Rusland met 6.60.
En Nederland? Nederland is helaas nog niet onder de loep genomen door het team van Waverman. Maar dat moment lijkt niet zo vreselijk ver meer weg.
Reken maar dat we – als het zover is - iets te bespreken zullen hebben met elkaar, hier in de polder!

Zie over dit onderwerp ook het artikel Ontketen de ICT dat ik eerder dit jaar schreef voor het tijdschrift InTune.

Klik hier voor een pdf van de eerste uitgave van de Connectivity Scorecard.