Google heeft een interessante service ontwikkeld, waarmee je sociale netwerk-functionaliteit kunt toevoegen aan een website, Google Friend Connect genaamd. Wie zich wil aanmelden bij zo'n 'lokaal netwerk' moet wel, je raadt het al, een Google account en bijbehorend profiel hebben, maar gelukkig is dat niet de enige mogelijkheid. De dienst werkt ook met een paar andere accounts/profielen, zoals van Yahoo, OpenID en – onlangs toegevoegd – Twitter. Mooi is dat als je ergens een goed profiel hebt neergezet en dat ook voor andere diensten kunt gebruiken!
The social web Google zegt met nadruk een open social web na te streven: “This integration with Twitter is an example of how we want to continue improving Friend Connect, extending the open social web and bringing social features to more places on the web.”
Het zijn zware tijden, vind ik. Voor je het weet ben je twaalf websites aan het onderhouden. Allemaal interessante initiatieven, maar ze hebben amper onderling verband en twaalf is domweg teveel van het goede.
Ik zal uit de losse pols eens inventariseren, waaruit mijn Online To Do List inmiddels bestaat:
1) Dit blog bijwerken 2) Mijn persoonlijke website fredteunissen.nl bijwerken 3) LinkedIn langslopen, eventueel iets in het microblog zetten, mail binnen LinkedIn beantwoorden 4) Plaxo, same story 5) Reviews en bookmarks toevoegen op StumbleUpon (meest Engelstalig). 6) LotusLive inrichten, een online samenwerkingsomgeving waarvoor ik een proefaccount heb. 7) Idem met Knowledge Plaza, ook een collaboration site, maar dan meer op kennis gericht 8) Idem met Kreeo (maar dan in het Engels) 9) Videomateriaal toevoegen op Vimeo 10) Tweets plaatsen op Twitter
Het is gewoon niet te doen. En dan ben ik nog niet eens een heavy user van sociale netwerk sites.
Integratie Toch gloort er wel enig licht aan het einde van mijn online tunnel: Weebly, dat is het online cms, waarmee ik dit blog onderhoud, heeft sinds kort de mogelijkheid om bij het publiceren van een blogposting automatisch een paar regels over het nieuwe stukje aan Twittetr toe te voegen. Kijk, dat is nou eens geweldig handig. Goeie service. Het koste me een tijdje rondneuzen, maar hetzelfde kan sinds kort ook met StumbleUpon als je je aanmeldt als Beta-user.
LinkedIn, Xing en Plaxo daarentegen proberen zoveel mogelijk 'content' in zichzelf vast te houden. Ze nemen wel dingen van buiten op, maar zijn zelf amper naar buiten gericht. Dat kan ze de kop gaan kosten, denk ik.
Want de grote integratie-vraag is: integreert u soepeltjes met Twitter, dan wel met andere online sociale netwerken, ja dan nee?
Een lastig punt vind ik dat - wil je dat echt goed doen - het in het Engels moet. Daardoor komt er namelijk weer een puntje bij op mijn OTDL:
11) Blogteksten door de automatische vertaler halen met Google Translate, Yahoo's Babel Fish of Frengl.
Dit is mijn 300ste blogstukje, geteld vanaf november 2004, toen Studio ICT live ging. Oef... Wat is daar een energie in gaan zitten!
En de Return on Investment? Eerlijk gezegd zou ik dat niet zo heel precies weten. Plezier in elk geval. Het voelt intens goed om hier af en toe vrij-uit te berichten over wat ik belangrijk vind. Los van de vraag of daar wel een 'markt' voor is.
Proeftuin Verder is deze site voor mij een proeftuin, een plek om dingen te proberen en te leren. Het is mijn eigen afdeling Research & Development. En dit blog werkt duidelijk ook als een zoekmachine op mijn kennis. Ik merk dat steeds vaker als ik artikelen schrijf. Ik kan daar sneller dingen mee traceren dan wanneer ik op de harde schijf van mijn pc aan het zoeken sla.
Uithangbord Bovendien is Studio ICT mijn uithangbord in cyberspace. Zoiets is niet onbelangrijk voor een zelfstandige. Hoewel het nooit mijn belangrijkste drijfveer was bij het maken van de stukjes is dus ook mijn marketing erbij gebaat.
Hoe nu verder? Ik wil de experimentele kant gaan versterken. Onder meer door meer video op te nemen en door integratie met sociale netwerken tot stand te brengen. Pas de afgelopen dagen begin ik te ontdekken hoe ik mijn postings hier en die op StumbleUpon (pas mee begonnen) en op Twitter (nog priller) dichter naar elkaar toe kan brengen. Dat is een heel verhaal en dat moet maar in een nieuw stukje.
Vorige week kwam het bericht dat social bookmarkingsite StumbleUpon weer los is van eBay en terug is in handen van de twee oprichters: Garrett Camp and Geoff Smith, die hun project twee jaar geleden verkochten aan de online veilingreus. Op het blog van StumbleUpon staat een korte mededeling over deze terugkoop.
Nieuwe innovaties Marshall Kirkpatrick van Read Write Web juicht dit herstel van onafhankelijkheid toe en ziet het als een mogelijkheid voor nieuwe innovaties, die overigens ook al zijn aangekondigd door de beide eigenaren.
Smart Kirkpatrick spreekt in bijna lyrische termen over StumbleUpon en ik kan me daar wel in vinden, nu ik zelf een paar maanden ervaring met deze site heb opgedaan. Wat er zo geweldig aan is? Dat is haast niet uit te leggen. Kirkpatrick doet het zo:“ It makes the brain feel good and it's a great way to learn - through play and personalization. It's a whole lot of fun. (..) Stumble is smart, it's useful and we're very happy to see it independent again.”
Skype De auteur meldt verder dat er hardnekkige geruchten zijn dat ook de initiatiefnemers van Skype hun project van eBay gaan terugkopen.
Magie Meer over de magie van StumbleUpon lees je in dit interview met Garett Camp, 17 oktober 2006 gepubliceerd op Read Write Web. Zie ook mijn vorige posting.
Ik blijf maar gefascineerd door StunmleUpon. Deze site is een fenomeen en ik heb veel moeite er de juiste woorden voor te vinden. Wat is het nou eigenlijk precies? Het is in elk geval veel meer dan een enorm grote social bookmarkingsite. Het is ook een gigantische wolk van blogs. Blogs met veel beeld en geluid en met wat minder tekst dan we van blogs gewend zijn.
Vier ruimtes Iedere 'Stumbler' (geregistreerde gebruiker) heeft de beschikking over vier verschillende blog-achtige ruimtes: Reviews voor een mix van blogteksten, korte besprekingen van sites, foto's en video's. Favorites is een speciale ruimte voor bookmarks. Bij sommige Stumblers zijn dat er tienduizenden. En dan is er nog een afdeling voor foto's en een voor video's. Lang niet iedereen vult ze alle vier even fanatiek in.
Mierennest De meeste blogs zijn in het Engels, maar dat hoeft niet, je kunt ook in een andere taal publiceren. Het meest bijzondere zit hem – denk ik - in dat deel uitmaken van een geheel van miljoenen, geclusterde blogs. Het is een wereldwijd mierennest en het is o zo makkelijk daar verwante mieren in op te zoeken (dankzij tags met name). En bij elkaar produceren deze mieren een berg 'content' waar je u tegen zegt.
Zeitgeist De meeste Stumblers zijn tussen de 20 en 40 jaar oud en zeer actieve internetgebruikers. Samen schilderen ze een Zeitgeist van wat mensen in deze leeftijdsgroep beweegt. Ook dat is een stuk van mijn fascinatie. Het komt wel goed met de wereld, als zij ook maar enigszins representatief zijn. Dat is mijn stellige indruk, iedere keer weer als in een duik neem in deze omgeving.
StumbleUpon is in 2007 gekocht door eBay en eBay wil er weer van af, meen ik ergens gelezen te hebben. Ik hoop van harte dat deze imposante blogwolk de crisis overleeft.
Mijn eerste stappen als Stumbler kun je hier bekijken.
Redanyway is een poging om de wereld van het blog en die van het sociale netwerk met elkaar te verbinden.
De grondgedachte is dat je blog je profiel is. Andere bloggers kunnen Friends zijn of Followers en zijn zichtbaar met een klein fotootje op je blog (zoals nu bij veel sociale netwerken het geval is).
Zere plek De initiatiefnemers leggen de vinger duidelijk op een zere plek. Want wie online een beetje creatief uit de voeten wil kunnen, moet vandaag de dag een veelheid van online diensten activeren en bijhouden. Flickr voor de foto's, YouTube of Vimeo voor de video, StumbleUpon voor social bookmarking, Hyves of Facebook voor persoonlijke netwerken en LinkedIn of Xing voor de zakelijke dingen. Om er maar een paar te noemen, want er zijn er zoveel meer. En dan je eigen blog nog met Blogger, WordPress of een ander cms.
Kortom, het wordt onderhand een kluwen van webdiensten. Natuurlijk is er de laatste tijd wel meer integratie van webdiensten (de blogfeed op LinkedIn en dergelijke), maar toch. Het blijft een oerwoud.
Blogservices Breng dat nou allemaal eens samen op één plek, zeggen de mensen van Redanyway. Met je eigen blog als het inhoudelijk kloppende hart. En dicht bij dat blog koester je je buddy-bloggers. En Redanyway moet dan het portaal worden, waarin al deze blogs samenkomen en multimediaal worden ondersteund met diverse importfuncties.
De bedoeling is verder dat alle inhoud je hoogstpersoonlijke eigen content blijft en niet als user generated content een rol gat spelen in het business model van allerlei online diensten.
Dat is hun ideaal. Het is hartstikke ambitieus. Maar het idee is goed. Ze zijn in juli 2008 gestart. Nu maar eens zien of het wat wordt.
Wie als private Beta-tester met Redanyway wil oefenen kan dat doen door bij de registratie het woord 'techcrunch' (zonder aanhalingstekens) als toegangscode te gebruiken.
Ik voel me vandaag lichtelijk geografisch gedesoriënteerd. Dat komt omdat ik me voor het eerst serieus aan het afvragen ben of er buiten het Nederlandstalige taalgebied misschien ook – en misschien zelfs wel méér - publiek is voor dit blog en voor Studio ICT als geheel.
Aanleiding is dat ik gisteren op het Engelstalige Kreeo.com de twee meest recente postings van mijn blog heb herplaatst. Automatisch vertaald door Google Translate. Dat levert tamelijk beroerd Engels op, maar de lezer krijgt toch wel een globale indruk van de tekst.
En ziedaar: dit blog krijgt vandaag bezoek uit India.
De vraag dringt zich nu op: voor wie schrijf ik hier eigenlijk? En ook: zou het slim zijn om een Engelstalig co-blog te gaan maken? Of om delen van Studio ICT te vertalen?
Ik begin me steeds meer te realiseren wat een enorme waarde 'sociale netwerken' kunnen hebben op het vlak van kennismanagement, teamwerk en contact – op een wat andere manier dan face to face - met vrienden, relaties en volslagen onbekenden.
Neem StumbleUpon. Dat vond ik een tijdje geleden al een opmerkelijke website. Het is een webservice, waarmee je een top-of-flop spel kan spelen met de websites, die je bezoekt. Top betekent dat je ze bookmarkt en flop dat je dat soort sites liever niet meer ziet. Of in Stumble-termen: thumbs up en thumbs down, alsof je in een Romeinse arena zit.
Onder de motorkap gaat de website met je voor- en afkeuren op een slimme manier aan de gang en presenteert dan vervolgens niet langer willekeurige sites, maar sites, die bij je interesses passen. StumbleUpon doet dan ook sterk denken aan die prachtige website Pandora, waar je op dezelfde manier naar een oceaan van onbekende muziek kon navigeren. Muziek, die vaak wonderwel bij je smaak paste. Helaas is Pandora afgesloten voor bezoekers van buiten de VS.
Maar StumbleUpon is wel iets meer dan een Pandora voor bookmarks. Het is ook een sociaal netwerk. Je kunt je vrienden, die ook in dit netwerk deelnemen, uitnodigen om bookmarks te delen. Daarvoor moet je wel af en toe in je Inbox kijken, want daarin belanden de uitnodigingen. Tot vanavond wist ik niet eens dat ik hier zo'n inbox had... En laat daar nou een uitnodiging in zitten!
Je kunt met StumbleUpon ook commentaren en besprekingen plaatsen bij je bookmarks, een blog bijhouden en groepen vormen. Ook leuk en handig: je krijgt de beschikking over een tagcloud rondom je eigen bookmarks!
StumleUpon is niet erg bekend, maar heeft zo stilletjes aan sinds de start in 2001 wereldwijd al meer dan 7 miljoen gebruikers gekregen.
Ik zit nu met de koptelefoon op en luister naar de muziek, die mijn allereerste Stumble-vriendin me zojuist heeft aangeraden. Dank je Anne!
Het idee is goed: je maakt een topic aan, voedt dat met materiaal (content) en iedereen die geïnteresseerd is in je topic kan daar zijn licht opsteken en er vervolgens weer bijdragen aan toevoegen.
Ik zou daar bijvoorbeeld mijn notities, links en andere neerslag van research, die ik voor artikelen doe, in kunnen onderbrengen. Op zo'n manier heeft iemand anders op aarde daar misschien ook nog iets aan. Nu staat dat allemaal maar te verstoffen op de harde schijf van mijn pc en in mijn digitale archief.
Je kunt er ook actief research mee doen, vermoed ik, door een onderwerp aan te snijden en de community te vragen een inhoudelijke duit in het zakje te doen.
Dit zijn zo wat gedachten, die opkomen na een eerste kennismaking met Kreeo, een webplatform voor collectief kennismanagement. Een goed voorbeeld van het we-web, waar we naar mijn gevoel naar toe aan het groeien zijn.
Fonkelnieuw Wel vind ik het nogal lastig om in die fonkelnieuwe omgeving op gang te komen. Om drie redenen: je bent er zelf nieuw, alles moet in het Engels, want zoiets kun je vermoedelijk maar beter in één taal doen en bovendien is de hele Kreeo-omgeving zelf ook nog eens behoorlijk nieuw. Kreeo is als project van start gegaan in november 2007 in Bangalore, India, en verkeert sinds begin januari dit jaar in publiek Beta-stadium. Een echte kritische massa, waardoor je als vanzelf ziet hoe het allemaal werkt, ontbreekt daarom nog.
Er zit niks anders op dan meehelpen om het werkend te krijgen. Kreeo is een echt wij-ding.
Leuk aan Kreeo vind ik dat er deelnemers zijn uit alle hoeken en gaten van deze aarde. Ongeveer de helft komt uit India, de rest uit andere landen waar Engels voertaal is of veel wordt gesproken, zoals de Philippijnen, Thailand, Australië, Mauritius, Bangladesh, Sri Lanka en Indonesië. De Westerse landen zijn veruit in de minderheid.
Een paar blogpostings die ik vond over Kreeo: Bangaloreinc Indian Start Up Arena Twine Zigma's weblog
Motto van Sumeet Anand, de oprichter van Kreeo: "A drop of knowledge from each can create an ocean for all…but, if there is no drop, there is no ocean."
|