Vorige week kwam het bericht dat social bookmarkingsite StumbleUpon weer los is van eBay en terug is in handen van de twee oprichters: Garrett Camp and Geoff Smith, die hun project twee jaar geleden verkochten aan de online veilingreus. Op het blog van StumbleUpon staat een korte mededeling over deze terugkoop.
Nieuwe innovaties Marshall Kirkpatrick van Read Write Web juicht dit herstel van onafhankelijkheid toe en ziet het als een mogelijkheid voor nieuwe innovaties, die overigens ook al zijn aangekondigd door de beide eigenaren.
Smart Kirkpatrick spreekt in bijna lyrische termen over StumbleUpon en ik kan me daar wel in vinden, nu ik zelf een paar maanden ervaring met deze site heb opgedaan. Wat er zo geweldig aan is? Dat is haast niet uit te leggen. Kirkpatrick doet het zo:“ It makes the brain feel good and it's a great way to learn - through play and personalization. It's a whole lot of fun. (..) Stumble is smart, it's useful and we're very happy to see it independent again.”
Skype De auteur meldt verder dat er hardnekkige geruchten zijn dat ook de initiatiefnemers van Skype hun project van eBay gaan terugkopen.
Magie Meer over de magie van StumbleUpon lees je in dit interview met Garett Camp, 17 oktober 2006 gepubliceerd op Read Write Web. Zie ook mijn vorige posting.
Twee Fransen waren op 5 maart de smaakmakers tijdens het NoiV-congres in Utrecht over open standaarden en open source software. Zo'n gekruide Franse inbreng is meer dan welkom, maar ik zou zo dolgraag ook een keer een keynote van een Nederlander over dit onderwerp willen meenaken, waarvan je op het uiterste puntje van je stoel gaat zitten. Daar zijn we duidelijk nog heel ver van verwijderd. We importeren de ware spirit en dat stemt tegelijk een tikje droevig.
Creativiteit Tristan Nitot, directeur van de Europese tak van de Mozilla Foundation, hield een zeer overtuigend, stap voor stap opgebouwd betoog over de enorme hoeveelheid creatieve energie, die is losgemaakt dankzij de toepassing van open standaarden, die we allemaal gratis kunnen gebruiken. Drie daarvan liggen aan de basis van het internet, zo memoreerde hij: html, http en het principe van de url. Het zijn simpele concepten, aldus Nitot, maar ze werken goed. En daarmee zijn miljoenen mensen aan de slag gegaan om zelf weer nieuwe internettoepassingen te bouwen, zoals Wikipedia, blogs, Firefox, enzovoorts. Deze open standaarden hebben de gebruikers aan het roer gebracht. Zij bouwen daar zelf hun eigen werelden mee. En dat is zoveel beter dan alleen te consumeren wat anderen voor je hebben bedacht en dat dan meestal niet vrijelijk te gebruiken is, aldus Nitot.
Tabak En luitenant-kolonel Xavier Guimard kwam vertellen hoe de Franse gendarmerie (90.000 werkplekken) in 2002 totaal tabak had van zijn veel te dure Microsoft- licenties en van het geploeter met systemen die niet inter-operabel waren. Om zich in de jaren daarna hier stap voor stap aan te ontworstelen. Aan een tegenstribbelend SAP werd de eis gesteld dat de applicatie via het web toegankelijk moest worden. Oudere applicaties werden allemaal vervangen door webapplicaties. In 2004 - nadat Microsoft geweigerd had om de gendarmerie licenties voor alleen de tekstverwerker Word te verschaffen - werd gekozen voor OpenOffice. In 2005 volgde de keuze voor Firefox als browser.
Liberté Alleen al aan Office-licenties bespaart dit de gendarmerie nu 2 miljoen euro per jaar. Maar dat was niet de kern van het betoog van Guimard. Dat was het afrekenen met leveranciersafhankelijkheid. Vrijheid van keuze. Daar draait het vooral om. Dus daarom de keuze voor open standaarden. En in de praktijk – en na uitvoerig testen - bleek open source software dan vaak de beste oplossing, aldus de luitenant-kolonel.
Klik hier voor een pdf van zijn presentatie.
Waren er dan geen goede Nederlandse voorbeelden? Natuurlijk wel. Dat van het Octrooi Centrum Nederland bijvoorbeeld en van het Utrechtse Antonius Ziekenhuis. In beide instellingen zijn ze zeer goed bezig. En er zijn nog wel een paar handenvol meer van dit soort voorbeelden.
Maar ik mis de vlam in de pan. De open beweging in Nederland is me nog veel te ambtelijk, veel te bleek, veel te braaf. Willen de echte Fransen onder hen nou eens opstaan?
Op de foto Tristan Nitot. Als je er op klikt krijg je een vergroting te zien. Klik hier voor de overige presentaties op de website van het NOiV.
Studenten van het Media Lab van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben een draagbaar apparaatje ontwikkeld, waarmee je overal waar je bent internetpagina's op objecten in je omgeving kunt projecteren.
Op die manier kun je extra informatie over die objecten opvragen (door middel van barcodes of andere 'triggers'), die dan leesbaar wordt op de objecten. Heel handig voor in winkels. Maar je kunt er nog van alles meer mee doen, zoals presentaties geven, studeren, sales piches geven, foto's bekijken, noem maar op.
Het prototype, dat nu gebouwd is, bestaat uit een mobiele telefoon, die de internetverbinding maakt, een kleine draagbare projector en een spiegel die het beeld projecteert. Totale materiaalkosten: nog geen 350 dollar. Het experiment maakt onderdeel uit van een onderzoeksprogramma van het MIT dat als doel heeft om internet op een natuurlijke en handige manier als een soort 'zesde zintuig' toe te voegen aan de menselijke soort.
Het uitgangspunt van het MIT daarbij is dat wij mensen over vijf zintuigen beschikken, maar dat is inmiddels wel achterhaald. Volgens futuroloog Paul Ostendorf hebben we er acht. Behalve de bekende vijf - zien, horen, voelen, ruiken en proeven - hebben we ons evenwichtsorgaan, ons vermogen tot proprioceptie en tenslotte een klein orgaan in onze neus dat feromonen kan waarnemen. Dat brengt het totaal van de bekende zintuigen op acht. Het projecteerbare web zou dus het negende zintuig worden.
Zie ook dit stukje dat bijna vier jaar geleden op Studio ICT is gepubliceerd.
Hoe het allemaal werkt is goed in beeld gebracht met de onderstaande video's.
In het stukje van gisteren gaat het over wat er komt na Web 2.0. Het ligt voor de hand om dat aan te duiden als Web 3.0, zoals de organisatoren van de beschreven online Ronde Tafel dat doen, maar erg gelukkig vind ik die term niet.
Nieuwe dingen, waar nog geen goede woorden voor zijn, worden altijd eerst aangeduid met behulp van al bestaande termen, hoewel die er eigenlijk al geen goede beschrijving meer voor zijn. De eerste locomotief werd in volle ernst een ijzeren paard genoemd. Daar lachen we nu om, maar destijds duurde het even voordat de begrippen locomotief en trein ingeburgerd waren.
En om precies die reden zal Web 2.0 naar mijn idee niet worden opgevolgd door Web 3.0. We zullen het anders gaan noemen. Niemand weet nog hoe. Het is gissen.
Online multifunctionals Waar gaat het om? Het gaat om online toepassingen, die niet één ding doen, maar een geïntegreerd geheel zijn van een heleboel online functies. Online eenlingen zijn bijvoorbeeld Hotmail en Gmail voor alleen de elektronische post, Salesforce was een eenling met CRM, maar breidt inmiddels naarstig uit. Bijna alle online boekhoudservices zijn eenlingen. Enzovoort.
En wat doen de nieuwe multifunctionals? Communicatie mogelijk maken (e-mail, instant messaging, videoconferencing, blogging), zorgen dat de juiste mensen elkaar kunnen vinden (social networking) en ze samenbrengen in allerlei virtuele ruimten, waarin ze productiever kunnen samenwerken in teams (collaboration, wiki's, workboards). En er is nog een vierde factor: deze nieuwe samenwerkingsverbanden zijn grensoverschrijdend, juist omdat ze online zijn. Letterlijk grensoverschrijdend, in de zin van multinationaal, maar ook in organisatorisch opzicht. Ze overstijgen de grenzen van bedrijven en instellingen. Ze zijn niet-elitair, toegankelijk voor de massa.
Creatieve output En wat is het gevolg daarvan? Wat is de 'output' van deze nieuwe online veelkunners? Ik denk dat dit met drie kernbegrippen te maken heeft: met kennis, creativiteit en productiviteit.
Mag ik een gokje wagen? Ik denk dat we op weg zijn naar het We-web. Het World Wide We-Web. Er komt gewoon een W bij. Dit nieuwe web is van 'ons'. Het is niet langer het domein van een elite van programmeurs, wetenschappers en regeringsfunctionarisen, zoals in de begindagen van het www, of van het gevestigde zakenleven, zoals de afgelopen 10 jaar. Nee, het nieuwe web behoort straks toe aan 7 miljard mensen. “Yes WE can.” Het We-web dus.
Kennismanagement Kreeo.com, een start-up in India, en deelnemer aan de eerder genoemde RondeTafel, onderneemt een dappere poging om iets in deze richting van de grond te krijgen. De site (sinds 6 januari in publiek Beta-stadium) probeert social networking te combineren met blogging en collectief kennismanagement. Binnenkort meer hierover.
Ik ben bezig met onderzoek voor een artikel over start-ups in India, die wereldwijd online business software beginnen aan te bieden. Al doende kom ik van alles tegen dat in hoge mate interessant is. Zoals een Ronde Tafel over Web 3.0 van november vorig jaar in het blog van Dimdim.
De registratie (die gemaakt is met de online software voor videoconferending van Dimdim) begint wat abrupt en zonder duidelijke inleiding, maar het gaat om korte pitches van acht start-ups (niet alleen uit India overigens), die stuk voor stuk feedback krijgen van Sramana Mitra, een consultant, blogger en Forbes-columniste van Indiase afkomst, die al een tijd in Amerika woont en werkt.
Ik vond het om twee redenen een boeiende webcast: 1. Je krijgt een goed beeld van waar start-ups van de generatie na Web 2.0 mee bezig zijn 2. De vragen van Mitra over ondernemerschap en marketing zijn indringend en hier en daar pijnlijk direct. En de reacties van de jonge entrepreneurs zijn o zo herkenbaar.
Cash Bottomline: zorg in deze downtime voor eigen cash, voor eigen omzet en voor eigen klanten. Focus op datgene waar je klanten geld voor over hebben. Met goede ideeën alleen redt je het nu niet, want op durfinvesteerders hoef je voorlopig niet (meer) te rekenen.
De registratie duurt één uur en vier minuten. Ik vond het een zinvolle investering.
Dank aan Jelmer, die me de link stuurde naar een 'blogpodium', waarop een groot aantal postings van de afgelopen Lotusphere is samengebracht: http://planetlotus.org Op deze site staan de feeds van 318 Lotus-gerelateerde blogs.
Live bloggen Wat er in deze overstelpende stroom van postings uitspringt is het live bloggen (een aantal live bloggers deed dat tijdens de conferentie in min of meer jorizontale positie, zoals je kunt zien op de fraaie foto van Volker Weber). Ik vind dat live bloggen een fascinerend fenomeen, maar ik snap er bar weinig van. Ik begrijp werkelijk niet dat hier een publiek voor is. Wie gaat deze stenorgammen twee-en-een-half-uur-lang zitten volgen?
Want zo gaat het er toe in de wereld van het live blog (fragment):
8:31 mattwhite: Blue Man is really excellent 8:31 Declan Lynch: And here we go. 8:31 mattwhite: Bob Picciano is on stage 8:32 [Comment From Pontus Wennergren] For those of us that don't know The Blue Man Group http://www.blueman.com/about 8:33 Declan Lynch: 12,236 New customers since notes 8 released 8:35 mattwhite: Dan Aykroyd is the speaker, cool! 8:35 Declan Lynch: And the guest speaker is Dan Aykroyd
Twitteren En dat twittert dan maar ongegeneerd door, af en toe onderbroken door een foto. Live video lijkt mij honderd maal beter, want deze oneliners geven niet eens de hoofdlijn weer van wat zich op het podium afspeelt (en ik kan dat zeggen, want ik was er bij). Hoeveel mensen zouden die live blogs volgen?
En hier is meteen een mogelijk antwoord op deze vraag, in een posting van blogger Vaughan Rivett: het zijn vooral de niet-aanwezige bloggers, die de live blogs volgen, en die uit alle brokjes informatie dan weer een soort nieuwe stukjes componeren. That makes – some – sense.
Analyses En als alle stofwolken van deze hyperactualiteit zijn opgetrokken, verschijnen er dan ook degelijke nieuwsanalyses in de blogs? Ik ben eens gaan zoeken op de Lotus blogplaneet en er zit wel wat tussen, maar veel is het niet. Een greep:
Lotusphere is over - Volker Weber On the Cloud with IBM – Alexander Kluge Dodging Stockholm Syndrome at Lotusphere - David Tebbutt (niet op planetlotus.org)
Sommige analisten bakken er iets méér van, kijk maar: My Top Takeaways from Lotusphere 2009 - Laurie McCabe Lotusphere 2009 Trip Report - Sara Radacati IBM's LotusLive: Clean Branding, Messy Backend - Guy Creese
On-live Ter afronding een paar postings die ik al doende tegenkwam en die wel interessant zijn: Prijsvergelijking IBM Lotus Foundations / Microsoft Small Business Server LotusLive just partly live – precies dezelfde ervaring die ik had met deze nieuwe live omgeving. Er is voor de instant messaging nog een download nodig van – Hou Je Vast – 157 MB. Dat is erg on-live. Terechte conclusie van deze blogger: er moet door IBM blijkbaar nog heel wat werk verzet worden. Zie hierover ook deze kritische posting op IdoNotes
Zie ook dit stukje over live blogging op Studio ICT van precies een jaar geleden.
Foto 1: Volker Weber Foto 2: IdoNotes
India, here I came! Ik was me al flink aan het voorbereiden op een persreis eind januari, begin februari naar de Indiase Silicon Valley, toen vlak voor Kerst het telefoontje kwam dat het feest voorlopig even niet doorgaat. Een reden werd niet genoemd, maar het is overduidelijk dat de naderende recessie hier roet in het eten heeft gegooid. De slagschaduw van de crisis begint nu ook over mijn eigen agenda te vallen. Jammer. Heel erg jammer.
Vandaag zag ik nog een andere afgelasting. Een veel grotere streep door een veel grotere rekening. Novell heeft BrainShare 2009 geschrapt, de jaarlijkse conferentie voor klanten en relaties, die van 8 tot en met 13 maart in Salt Lake City had moeten plaatsvinden. Voor het eerst in 20 jaar gaat het evenement niet door.
In een verklaring over de afgelasting zegt de leiding van Novell dat een verminderde animo van de bezoekers aan haar beslissing ten grondslag ligt. Dat doet wat flauw aan. Hoe zit het met Novell dan? Gaat Novell zelf niet op de kleintjes letten soms? Als het echt alleen zou gaan om een naarstig bezuinigend congrespubliek, waarom is dan niet besloten het evenement doorgang te laten vinden op een beperkter schaal? Met een hoop videocamera's er pal bovenop om vervolgens het hele circus live uit te zenden naar een tienmaal groter publiek dan er ooit op een BrainShare aanwezig is geweest? En dat onder het motto: “U komt niet naar ons dit jaar? Jammer. Heel erg jammer. Maar wij komen wel naar u hoor, en met de modernste middelen!” Een gemiste kans, als je het mij vraagt.
Hoe dan ook, de periode van de afgelastingen is aangebroken. Let maar op: er komen er vast nog veel meer.
Veel organisaties zijn het spoor een beetje bijster. Dat komt, omdat de wereld om ons heen sneller verandert dan zij zich kunnen aanpassen. CEO's worstelen met deze discrepantie en proberen verwoed hun businessmodellen aan te passen. Aldus Peter Korsten, algemeen directeur van het Institute for Business Value van IBM tijdens een persbriefing op 10 december in Amsterdam.
Roep om verandering Korsten haalde de Global CEO Study 2008 van IBM aan, gepubliceerd in mei van dit jaar, waarvoor meer dan duizend CEO's en business managers zijn geïnterviewd. Uit die gesprekken bleek een enorme roep om verandering. 85 procent van de ondervraagden bleek van mening dat het roer volledig om moet. “Dat was nog voor de kredietcrisis. Inmiddels zou die roep om verandering wel eens tegen de 100 procent aan kunnen zitten.” Volgens het onderzoek van IBM is er een groeiende kloof tussen de behoefte aan verandering en de mate waarin dit in de praktijk ook lukt. Deze change gap is in twee jaar toegenomen van 8 naar 22 procent (zie onderstaande grafiek met een vergelijking van de noodzakelijk geachte substantiële verandering - bovenste rode lijn - ten opzichte van de feitelijk gerealiseerde verandering - onderste rode lijn).
Grote aanpassingen Peter Korsten vergeleek de huidige economische teruggang met de recessie van 1973-1974. “Die leidde tot wereldwijde veranderingen in de technologische infrastructuur, zoals de opkomst van het internet. De huidige crisis vertoont daar sterke overeenkomsten mee. We staan dan ook aan de vooravond van nieuwe grote aanpassingen aan de infrastructuur.” Hij denkt dat de wereld die in aantocht is drie fundamentele kenmerken zal hebben: hij is instrumented (overal kruipen chips in), interconnected (iedereen wordt met iedereen en alles wordt met alles verbonden) en intelligent (zie de website Smart Planet). Klik hier voor een executive summary van de Global CEO Study 2008. Klik hier voor het integrale rapport.
Op de website van het IBM Institite for Business Value staan meer dan 250 onderzoeksrapporten over een groot aantal onderwerpen. Deze zijn gratis – en zonder verplichte registratie - te downloaden.
.....en daarmee al je afspraken regelen, berichten versturen en muziek afspelen en levensechte beelden in je bewustzijn projecteren dankzij een neurologische interface. Science fiction? Nog wel, maar in de niet al te verre toekomst (2030?) zeer waarschijnlijk niet meer. Dan zou dit heel goed dagelijkse praktijk kunnen zijn. Dat is al over 21 jaar. Niet zo heel erg ver weg. Geloof je dat niet? Kijk dan eens op je gemak naar deze video. Hij duurt ruim 40 minuten, dus je moet er echt even voor gaan zitten. Maar die investering is de moeite dubbel en dwars waard.
Zeven trends De Engelse schrijver en futuroloog Ray Hammond geeft in deze presentatie zijn visie op zeven wereldwijde trends. Dit zijn ze: 1-wereldwijde bevolkingsexplosie 2-klimaatcrisis 3-energiecrisis 4-globalisering 5-revolutie in de geneeskunde 6-exponentiële versnelling van de technologische ontwikkeling 7-de allerarmsten gaan hun aandeel opeisen
Aan het eind van de presentatie doet hij alsof hij een tijdreiziger is uit het jaar 2040 en geeft hij een verbijsterend kijkje in de niet meer zo verre toekomst van onze kinderen en kleinkinderen.
Meer informatie vind je in deze samenvatting van Hammond's nieuwe boek The World in 2030. Zie (hieronder) ook het interview dat Becky Anderson van CNN in mei 2008 met Ray Hammond had.
Kosten reduceren en tegelijkertijd innoveren. Dat lijkt de centrale uitdaging voor bedrijven te worden in de recessie. Maar – vooralsnog – niet voor de meeste CIO's, die dit najaar deelnamen aan het jaarlijkse Digital Boardroom Trendonderzoek.
Zij blijken spoorslags in de bezuinigingskramp geschoten. Eerst kosten reduceren en daarna zien ze nog wel of er iets te innoveren valt. “De theorie zegt dat innovatieve IT kan bijdragen aan een efficiënter verloop van bedrijfsprocessen, wat weer resulteert in besparingen op diverse gebieden,” aldus de samenstellers van het onderzoeksrapport, “echter deze nuance gaat verloren in de praktijk van economisch onzekere tijden. Evenals tijdens vorige recessies zien we dat het topmanagement ook nu weer voornamelijk op kosten gaat sturen.”
Dat sturen op kosten kan op veel manieren. Favoriete methode is virtualisatie (besparing op hardware), gevolgd door centralisatie van de IT-dienstverlening en consolidatie van hard- en softwareplatforms. Aan grote investeringen wordt voortaan de eis gesteld dat ze binnen een half jaar tot een jaar moeten worden terugverdiend. Erg veel zullen dat er dus wel niet zijn. Daardoor verschuift de focus van nieuwe projecten naar beheer en optimalisatie van bestaande projecten en systemen.
Een jaar geleden was de stemming overigens niet zo heel erg anders. Ook toen bleek er onder de deelnemende CIO's en IT-managers weinig oog voor innovatie. Kosten reduceren en tegelijkertijd innoveren. Dat lijkt de centrale uitdaging voor bedrijven te worden in de recessie. Maar – vooralsnog – niet voor de meeste CIO's, die dit najaar deelnamen aan het jaarlijkse Digital Boardroom Trendonderzoek.
Zij blijken spoorslags in de bezuinigingskramp geschoten. Eerst kosten reduceren en daarna zien ze nog wel of er iets te innoveren valt. “De theorie zegt dat innovatieve IT kan bijdragen aan een efficiënter verloop van bedrijfsprocessen, wat weer resulteert in besparingen op diverse gebieden,” aldus de samenstellers van het onderzoeksrapport, “echter deze nuance gaat verloren in de praktijk van economisch onzekere tijden. Evenals tijdens vorige recessies zien we dat het topmanagement ook nu weer voornamelijk op kosten gaat sturen.”
Dat sturen op kosten kan op veel manieren. Favoriete methode is virtualisatie (besparing op hardware), gevolgd door centralisatie van de IT-dienstverlening en consolidatie van hard- en softwareplatforms. Aan grote investeringen wordt voortaan de eis gesteld dat ze binnen een half jaar tot een jaar moeten worden terugverdiend. Erg veel zullen die toets wel niet doorstaan. Daardoor verschuift de focus van nieuwe projecten naar beheer en optimalisatie van bestaande projecten en systemen.
Een jaar geleden was de stemming overigens niet zo heel erg verschillend. Ook toen bleek er onder de deelnemende CIO's en IT-managers maar weinig animo voor innovatie.
|