"Een paar jaar van krimp is niet zo heel erg," stelde voormalig staatssecretaris van financiën Willem Vermeend tijdens zijn keynote speeech op het VNSG-congres in Maastricht op vrijdag 17 april. “We blijven toch wel het rijkste land van de wereld. We moeten alleen oppassen dat deze situatie niet al te lang gaat duren, want dan loopt de werkloosheid te hoog op en lopen we het risico op een veel langduriger recessie.”
Vermeend schetste drie scenario's voor de komende jaren:
1) Het optimistische scenario van Obama en zijn team, die verwachten dat de Amerikaanse economie in de tweede helft van 2010 weer zal gaan groeien. Vermeend denkt dat dit de Amerikanen nog gaat lukken ook, omdat ze flexibeler kunnen reageren op schokken, maar ons zal dat niet lukken, voorspelt hij.
2) Het scenario van de OESO, dat herstel voorziet in de loop van 2011. Voorwaarde daarvoor is dat regeringen voldoende stimuleringsmaatregelen nemen. Nederland moet dat, aldus Vermeend, vooral doen door het overheidstekort te laten oplopen. Investeringen in grote infrastructurele projecten kunnen in andere landen nuttig zijn, maar niet hier, vindt hij, omdat de aanloopprocedures hier veel te lang duren.
3) Het pessimistische scenario van een lang slepende crisis, zoals in de jaren '90 in Japan. Dat ziet Vermeend als een groot gevaar als er onvoldoende of te laat wordt gestimuleerd.
Creativiteit
Hij zei verder dat er na deze crisis geen terugkeer zal zijn naar de oude situatie. Niet alleen zal de controle op de financiële wereld danig worden verscherpt, maar ook het klimaat in ondernemingen zal drastisch veranderen. Volgens Vermeend zullen teamwerk en creativiteit belangrijker worden en zal er minder sprake zijn van hiërarchie. Er komt ook een kleinere, efficiënte overheid en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen gaat echt doorbreken.
Echec
Vermeend houdt dit soort presentaties, omdat hij een boek heeft geschreven over de kredietcrisis.
Wat hij te zeggen heeft snijdt wel hout, denk ik.
Maar Vermeend draagt als staatssecretaris van Financiën (1994-2000) en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2000-2002) toch op zijn minst wel enige verantwoordelijkheid voor het echec, waarover hij nu met zoveel verve speecht.
Dat feit bezorgde me een raar gevoel dat nog lang na de spreekbeurt bleef hangen.